ECLI:NL:RBDHA:2025:23985
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 26 september 2025 was opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De toetsing richtte zich op de periode van 9 oktober tot 26 november 2025, aangezien eerdere rechtmatigheid reeds was vastgesteld.
Eiser stelde dat hij niet op de hoogte was van een inreisverbod van 4 augustus 2025 en dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn vanwege het ontbreken van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat het niet bekend zijn met het inreisverbod niet relevant was voor de rechtmatigheid van de bewaring en dat er wel zicht was op uitzetting naar Egypte en Libië, mede gelet op eerdere jurisprudentie en lopende lp-aanvragen.
Daarnaast werd ambtshalve getoetst of het beginsel van non-refoulement of het belang van het familie- en gezinsleven zich verzetten tegen verwijdering, wat niet het geval bleek. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.