ECLI:NL:RBDHA:2025:23968

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
NL25.48079
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit met problemen door colectivo's

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser, met de Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit, heeft op 27 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag werd op 2 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 behandeld, waarbij ook de echtgenote van eiser aan de zitting deelnam. Eiser stelt dat hij en zijn gezin in Venezuela worden bedreigd door de colectivo's en afgeperst door Tren de Aragua, en dat zijn problemen niet alleen in Venezuela, maar ook in Colombia spelen. De rechtbank oordeelt dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Verweerder heeft de problemen van eiser niet inhoudelijk beoordeeld en mocht niet concluderen dat deze alleen op Venezuela betrekking hebben. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen, waarbij het risico dat eiser in Colombia loopt inhoudelijk moet worden beoordeeld. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.48079

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer 1], eiser

(gemachtigde: mr. S. Oukil),
mede namens zijn minderjarige zoon
[minderjarige],geboren op [geboortedatum 1] 2015, V-nummer: [v-nummer 2]
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [naam]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 27 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 2 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. [1]
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Tegelijkertijd heeft de rechtbank het beroep van de echtgenote van eiser met zaaknummer NL25.48075 behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen: eiser, de echtgenote van eiser, de gemachtigde van eiser, mw. Taalman als tolk (telefonisch) en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Venezolaanse en de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum 2] 1994. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij en zijn gezin in Venezuela worden bedreigd door de colectivo’s en afgeperst door Tren de Aragua. Eiser en zijn echtgenote hebben deelgenomen aan demonstraties tegen de Venezolaanse regering. Zij leverden met hun textieldrukkerij t-shirts en andere campagnematerialen voor deze demonstraties. De colectivo’s hebben eiser en zijn vrouw daarom bedreigd, hun textieldrukkerij vernield en hen opgedragen om Venezuela en andere landen waarin de colectivo’s actief zijn, te verlaten.
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; en
de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten en overtuiging in Venezuela.
4. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De problemen van eiser heeft verweerder niet inhoudelijk beoordeeld, omdat het gezin een veilig heenkomen kan vinden in Colombia, nu eiser en zijn oudste zoon de Colombiaanse nationaliteit hebben. Volgens verweerder spelen de problemen die eiser heeft omschreven in Venezuela en is het niet aannemelijk dat de colectivo’s ook in Colombia een gevaar voor eiser zouden vormen. Eiser heeft daarom geen gegronde vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin [2] en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. [3]
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert aan dat hij ook in Colombia niet veilig is. Verweerder heeft de problemen ten onrechte niet getoetst aan zowel Venezuela als Colombia. Uit landeninformatie [4] en de verklaringen van eiser blijkt namelijk dat er voor hem ook in Colombia een dreiging uitgaat van de gewapende groeperingen. Het was aan verweerder om tijdens het nader gehoor meer vragen te stellen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.
7. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd door eisers gestelde problemen niet inhoudelijk te beoordelen. Verweerder mocht niet concluderen dat eisers gestelde problemen alleen op Venezuela zien. Eiser heeft in het nader gehoor van 16 juli 2025 namelijk verklaard: ‘Alle groepen die in Venezuela opereren, opereren ook in Colombia. Ook in Chili, Peru, zelfs in de VS. Ondanks dat ik de Colombiaanse nationaliteit heb en ondanks voor mij qua taal Colombia makkelijker zou zijn, is het voor mij geen optie op dit moment, omdat het zou betekenen dat ik weer moet onderduiken en me moet verstoppen en dat vind ik geen leven voor mijn kinderen. Onder andere omdat een van de voorwaarden die we hadden gekregen om weg te mogen van de colectivo’s, was dat we ver weg van Venezuela moesten gaan.’ [5] Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser hiermee naar voren gebracht dat zijn problemen in zowel Venezuela als in Colombia spelen. De stelling van verweerder dat eiser niet heeft onderbouwd dat de Venezolaanse colectivo’s ook in Colombia actief zijn, doet hier niet aan af. Naar het oordeel van de rechtbank was het namelijk aan verweerder om nadere vragen te stellen over de gestelde gevaren in Colombia. De rechtbank constateert dat verweerder in het gehoor van 16 juli 2025 niet heeft doorgevraagd op dit onderwerp en dat het ook tijdens de gehoren van 27 december 2023 en 13 juni 2025 niet is besproken. Daar komt bij dat eiser in de zienswijze landeninformatie naar voren heeft gebracht waaruit blijkt dat verschillende gewapende groeperingen, waaronder groeperingen die samenwerken met de Venezolaanse overheid, ook in Colombia actief zijn. Ook hierin moest verweerder aanleiding zien om de gestelde problemen nader te onderzoeken en te onderzoeken of uit deze landeninformatie volgt dat de Venezolaanse colectivo’s in Colombia een gevaar vormen voor eiser.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is gegrond omdat verweerder het bestreden besluit niet deugdelijk heeft gemotiveerd en niet zorgvuldig heeft voorbereid. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
8.1.
Verweerder moet een nieuw besluit nemen op de aanvraag van eiser en moet daarin het risico dat eiser stelt te lopen in Colombia inhoudelijk beoordelen, zo nodig aanvullend onderzoek doen en daarbij betrekken dat eiser heeft aangevoerd dat de Venezolaanse colectivo’s ook in Colombia actief zijn.
8.2.
De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing over de asielaanvraag van eiser te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan verweerder op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
8.3.
Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank de kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand voor het beroep vast op € 1.814,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
9.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit van 2 oktober 2025;
  • draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. H.S. van Wessel, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Eiser wijst op het Algemeen Ambtsbericht over Colombia uit 2024, het Informatiebericht 2023/3 van verweerder, het rapport ‘Colombia 2024’ van Amnesty International en een tweetal Spaanstalige nieuwsartikelen.
5.Zie pagina 13 van het verslag nader gehoor van 16 juli 2025.