In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser, met de Venezolaanse en Colombiaanse nationaliteit, heeft op 27 september 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Deze aanvraag werd op 2 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie afgewezen als ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 behandeld, waarbij ook de echtgenote van eiser aan de zitting deelnam. Eiser stelt dat hij en zijn gezin in Venezuela worden bedreigd door de colectivo's en afgeperst door Tren de Aragua, en dat zijn problemen niet alleen in Venezuela, maar ook in Colombia spelen. De rechtbank oordeelt dat verweerder het bestreden besluit niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Verweerder heeft de problemen van eiser niet inhoudelijk beoordeeld en mocht niet concluderen dat deze alleen op Venezuela betrekking hebben. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen, waarbij het risico dat eiser in Colombia loopt inhoudelijk moet worden beoordeeld. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.