ECLI:NL:RBDHA:2025:23963
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede aanvraag verblijfsdocument EU/EER wegens ontbreken nieuwe feiten en schending hoorplicht niet vastgesteld
Eiseres, Georgische nationaliteit, diende een tweede aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER om bij haar partner, een Bulgaarse burger van de Unie, te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd ten opzichte van de eerste aanvraag. De rechtbank bevestigt dat de ingediende stukken geen nieuwe feiten bevatten die de eerdere afwijzing konden wijzigen.
Eiseres stelde dat verweerder ook stukken uit een andere procedure had moeten betrekken en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelt dat het aan eiseres was om alle relevante stukken in deze procedure te overleggen en dat verweerder terecht van het horen kon afzien omdat geen nieuwe argumenten waren aangevoerd.
Verder is gebleken dat eiseres een derde aanvraag heeft ingediend die nog in behandeling is. De rechtbank wijst erop dat verweerder beter eerst op die aanvraag had kunnen beslissen om beroep te voorkomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de tweede aanvraag verblijfsdocument EU/EER wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.