ECLI:NL:RBDHA:2025:23958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning tijdelijke humanitaire gronden wegens ontbreken beschermwaardig familie- en gezinsleven
Eiseres, een Marokkaanse vrouw geboren in 1962, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden als slachtoffer van eergerelateerd geweld. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af omdat eiseres geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling daarvan. Tevens werd geoordeeld dat zij geen beschermwaardig familie- of gezinsleven had op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat geen familierechtelijke relatie met haar gestelde familieleden was aangetoond en er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid waren.
Eiseres stelde in beroep dat er sprake was van een verboden onderscheid op grond van nationaliteit en dat zij wel degelijk een beschermwaardig familie- en gezinsleven had, onder meer omdat zij ruim twintig jaar bij haar zus woonde en een belangrijke rol in het gezin vervulde. Ook voerde zij aan dat de hoorplicht was geschonden en dat het opleggen van een terugkeerbesluit en SIS-signalering onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat de familierechtelijke relatie niet was aangetoond en dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat er geen bijkomende afhankelijkheidselementen waren. De rechtbank vond dat verweerder alle relevante individuele aspecten had betrokken en dat het privéleven van eiseres niet uitzonderlijk was, mede omdat het was opgebouwd tijdens onrechtmatig verblijf. De hoorplicht was niet geschonden omdat geen nieuwe omstandigheden waren aangevoerd. Het terugkeerbesluit en de SIS-signalering werden gehandhaafd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.