ECLI:NL:RBDHA:2025:23955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking verblijfsvergunning op grond van mensenhandel
Eiser, een Filipijnse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel na aangifte in november 2023. Na sepot van het Openbaar Ministerie in mei 2024 trok de minister de vergunning met terugwerkende kracht in, omdat geen strafrechtelijk onderzoek meer plaatsvond.
Eiser betoogde dat hij in Nederland een beschermd privéleven heeft, maatschappelijk geïntegreerd is en risico loopt bij terugkeer, waardoor de intrekking onevenredig is en de hoorplicht is geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht stelde dat geen beschermenswaardig privéleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro is vastgesteld en dat eiser onvoldoende onderbouwing gaf.
De rechtbank vond dat verweerder het beleid correct toepaste en dat het gestelde slachtofferschap en de risico's bij terugkeer niet tot een afwijking van het beleid leiden. Ook werd de hoorplicht niet geschonden omdat eiser geen nieuwe omstandigheden aanvoerde. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.