ECLI:NL:RBDHA:2025:23952

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
11895205
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot wedertewerkstelling en toegang tot personeelsdossier in arbeidsconflict

In deze zaak vordert de werknemer, die sinds 1 juli 2020 als wijkbeheerder bij Stichting Woonstichting Stek werkt, wedertewerkstelling in zijn functie en toegang tot zijn volledige personeelsdossier. De werknemer stelt dat er geen medische belemmeringen zijn voor zijn terugkeer naar het werk, terwijl de werkgever, Stek, aanvoert dat er meerdere niet-medische belemmeringen zijn die een terugkeer in de weg staan. De werknemer is op non-actief gesteld na een reeks van klachten over zijn gedrag en functioneren, waaronder intimidatie en een verstoorde arbeidsrelatie met collega's. De kantonrechter heeft op 3 december 2025 in een ontbindingsprocedure het verzoek van Stek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden afgewezen, maar oordeelt dat de werknemer niet per direct kan terugkeren naar zijn functie vanwege de ernstige verstoring van de arbeidsrelatie en de noodzaak voor verdere gesprekken en mediation. De vorderingen van de werknemer worden afgewezen, en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
LS (C/D)
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
Zaaknummer: 11895205 \ CV EXPL 25-2998
Vonnis in kort geding van 3 december 2025
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te 's-Gravenhage,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. E.P. Cornel,
tegen
STICHTING WOONSTICHTING STEK,
gevestigd te Hillegom,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Stek,
gemachtigde: Mr. A.E. Epe en mr. G. Kessels.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 oktober 2025;
- de producties van [eisende partij] van 4 november 2025;
- de conclusie van antwoord van Stek;
- de producties van Stek van 4 november 2025.
1.2.
Op 5 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de verzoekschriftprocedure met zaaknummer 11915475 \ EJ VERZ 25-84228 die door Stek is ingesteld tegen [eisende partij] . Door de gemachtigden van Stek zijn pleitaantekeningen overlegd.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] , geboren op [geboortedatum] 1981, is sinds 1 juli 2020 in dienst bij Stek. De functie van [eisende partij] is wijkbeheerder met een loon van € 4.003,00 bruto per maand.
2.2.
In november 2023 heeft er een regio-overleg plaatsgevonden waarij [eisende partij] aanwezig was en ook collega’s [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] , woonconsulenten. [eisende partij] is van mening dat er tijdens dat overleg discriminerende opmerkingen zijn gemaakt. Omdat hij dit wilde bespreken met (onder andere) [naam 1] , heeft hij [naam 1] op 19 december 2023 bezocht op haar werkplek.
2.3.
Op 27 december 2023 is er een “Registratieformulier agressie & geweld” ingevuld door [naam 1] tegen [eisende partij] . Het betreft een interne melding van intimidatie en provoceren betreffende een moment op 19 december 2023.
2.4.
Op 19 december 2023 heeft Stek met [eisende partij] een gesprek gevoerd. Daarin is een verbeterplan aan hem overgelegd. Daarin staat voor zover van belang:
(…)
Concrete verbeterpunten:
De volgende punten moet de medewerker verbeteren:1. Houding & Gedrag, zowel binnen teamverband als naar huurders toe.2. Altijd discussie over alles voeren, accepteer zaken eens zoals ze zijn.3. Zet je niet in de slachtofferrol.
Weerbaarheid ontbreekt, deze moet versterkt worden dit kan o.a. door het inzetten van een persoonlijke coach.Relativeren en voorbij zichzelf kijken.Zeer dominant, handelt vanuit zijn eigen gelijkheiid en stelt grenzen op een manier dat niet als prettig wordt ervaren binnen het team en leidinggevende.Zet rechtvaardigheid in op een vervelende manier en vanuit zijn eigen gelijk en belang.Komt zeer bedreigend over.Veiligheid terugbrengen in het team.Polarisatie is sterk aanwezig, waar anderen last van hebben.Voortschrijdend inzicht ontbreekt.
(…)
Consequenties:
Maak duidelijk dat er arbeidsrechtelijke gevolgen zijn als er geen verbetering optreedt. Bespreek de scenario’s.
Beeindiging contract bij onvoldoende verbetering
Lukt het niet om bij de cultuur van Stek aan te sluiten en het samenwerken met de collega’s te verbeteren dan moet medewerker om zich heen gaan kijken.
(…)
2.5.
In een verslag van 3 januari 2024 van een gesprek tussen [naam 3] (teamleider binnen Stek), [naam 1] en [naam 4] (P&O adviseur) is, voor zover van belang, het volgende vermeld naar aanleiding van de agressiemelding:
“Door de agressie is er onveiligheid in het team ontstaan. Vier andere collega’s hebben dit bij de teamleider aangegeven. Ter wille van het team moet er snel actie ondernomen worden.”
2.6.
Op 8 en 10 januari 2024 zijn gesprekken gevoerd met [eisende partij] . Stek heeft een coachingstraject aan [eisende partij] aangeboden. [eisende partij] heeft aangegeven zich niet in de verbeterpunten te herkennen en wil het verbeterplan niet ondertekenen. Stek heeft op 10 januari 2024 [eisende partij] op non- actief gesteld. Dit is op 12 januari 2024 schriftelijk bevestigd. In de brief wordt de reden van non actiefstelling als volgt beschreven ( [eisende partij] wordt daarin aangeduid als ‘hij’ en ‘uw cliënt’):
(…) Wel heeft hij aangegeven dat hij zich niet volledig herkende in de gestelde verbeterpunten. Daarnaast had hij eerder, in het gesprek op 8 januari 2024 met zijn leidinggevende, aangegeven dat er sprake is van een angstcultuur binnen het team waarbij hij geen rol zou hebben gehad bij het ontstaan ervan. Ook heeft hij in dit gesprek gezegd dat zijn leidinggevende, mevrouw [naam 3] , geen controle meer heeft over het team. In de ogen van Stek blijft uw cliënt daarmee ageren en blijft hij zich ondermijnend gedragen. Stek heeft moeten constateren dat daarmee een onverantwoorde situatie is ontstaan die in de weg staat aan het uitvoeren van de werkzaamheden door uw cliënt. Stek heeft om die reden besloten om uw cliënt op non-actief te stellen zoals uw cliënt in het gesprek van gisteren is verteld.
(…)
-
Sinds de indiensttreding van uw cliënt per 1 juni 2020 nemen de zorgen over de houding en het gedrag van uw cliënt toe. Zoals eerder en herhaaldelijk met uw cliënt besproken, zijn de zorgen gelegen in de volgende omstandigheden:
(…)
-
heftige discussie met collega’s
(…)
-
veel klachten van huurders ontvangen (…) Uit klachten is op te maken dat huurders uw cliënt ervaren als bedreigend, te veel gericht op handhaving en zich onredelijk opstelt. Uw cliënt heeft volgens een aantal klagers geen open houding en komt zeer dominant over. Uw cliënt vult hiermee de functie van wijkbeheerder onvoldoende in.
(…)
-
Stek heeft moeten constateren dat uw cliënt polariseert, hij zet mensen tegen elkaar op. Meerdere collega’s heeft zich hierover beklaagd en hebben hier last van. Daarnaast klaagt een aantal collega’s over een gevoel van onveiligheid bij uw cliënt wegens de autoritaire houding van uw client.
(…)
Stek heeft uw client een kans willen bieden om zijn functioneren te verbeteren en om zijn houding en gedrag aan te passen aan de norm van Stek. Op 19 december 2023 heeft daartoe een gesprek plaatsgevonden en is uw cliënt een verbetertraject inclusief coaching en mediation aangeboden. Stek heeft een voorwaarde verbonden aan dit aanbod, namelijk dat uw cliënt excuses maakt aan een aantal collega’s voor zijn intimiderende gedragingen. Het verbetertraject is schriftelijk uitgewerkt en SMART gemaakt en aan uw cliënt voorgelegd. Hierover heeft vervolgens op 8 en 10 januari 2024 gesprekken plaatsgevonden met mevrouw de Gier, P&O adviseur. Uit deze gesprekken maakt Stek op dat uw cliënt onvoldoende inzicht heeft in zijn houding en gedrag. Hij stelt immers een aantal geformuleerde verbeterpunten niet te herkennen bij zichzelf. De vraag is dan of van Stek kan worden gevergd dat zij investeert in een dergelijk kostbaar en intensief verbetertraject.
(…)
2.7.
Op 31 januari 2024 is een mediationtraject gestart.
2.8.
Binnen het team waarin [eisende partij] werkzaam is, wordt begonnen aan teamsessies, ter bespreking van de sfeer en mede naar aanleiding van wat er in het regio-overleg van november 2023 gezegd zou zijn en de onrust die dit veroorzaakt heeft.
2.9.
Op verzoek van [eisende partij] vindt op 7 maart 2024 buiten het mediationtraject om een gesprek plaats tussen [eisende partij] , zijn vertrouwenspersoon en de bestuurder van Stek. Na afloop van dit gesprek heeft [eisende partij] zijn teamleider per e-mail geïnformeerd dat hij wenst deel te nemen aan de lopende teamsessies.
2.10.
Sinds 14 mei 2024 is [eisende partij] ziek gemeld.
2.11.
Op 22 mei 2024 ziet [eisende partij] een bedrijfsarts. In de spreekuurrapportage van de bedrijfsarts van die datum staat opgenomen:
(…) Werknemer heeft beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren zoals omgaan met piekbelasting, tempodruk, tijdsdruk, verstoringen, omgaan met confrontaties en emoties van anderen. Daarnaast is er secundair sprake van een beperking in de energetische belasting. De beperkingen komen deels voort uit werkgerelateerde problematiek.
(…)
Er is momenteel sprake van een medische en niet medische kant, welke wel invloed op elkaar hebben, maar afzonderlijk benaderd dienen te worden.
(…)
2.12.
Op 30 juli 2024 heeft [eisende partij] een klacht ingediend bij de bestuurder van Stek tegen zijn leidinggevende [naam 3] en de P&O adviseur [naam 4] . Hij stelt dat gedragingen van beide medewerkers hebben geleid tot aanzienlijke vertragingen in het tot stand komen van een consult bij de bedrijfsarts.
2.13.
Stek heeft een extern bureau Bezemer en Schubad verzocht om onafhankelijk advies over welke vervolgstappen te zetten in het traject met [eisende partij] . Het rapport van 29 oktober 2024 benadrukt het belang van het inzetten van een verbetertraject en mediation.
2.14.
Eind november 2024 wordt re-integratie gestart. De re-integratie is ingezet elders binnen de organisatie, gezien de samenwerkingsproblemen. [eisende partij] wil geen andere werkzaamheden verrichten en stelt uitsluitend te willen re-integreren in de eigen functie, waardoor het re-integratietraject tot stilstand komt. De bedrijfsarts adviseert op het spreekuurconsult van 19 februari 2025 opnieuw mediation. Op 11 juni 2025 oordeelt de bedrijfsarts dat [eisende partij] op medische gronden niet langer arbeidsongeschikt is maar dat er nog een arbeidsconlict is.
2.15.
Op 9 juli 2025 verschijnt [eisende partij] op het werk om te werken. Stek is het hier niet mee eens en stelt [eisende partij] op 10 juli 2025 opnieuw op non-actief.
2.16.
Op 23 juli 2025 wordt de mediation formeel beëindigd.
2.17.
Op 3 september 2025 mailt de gemachtigde van [eisende partij] aan de gemachtigde van Stek: “
er is geen sprake van concreet uitzicht op een nieuwe baan bij client; er was een mogelijkheid van een nieuwe baan, bij Wooninvest.
Een medewerker van Stek is (naar zeggen van Wooninvest) ‘volledig leeggelopen’ tegenover Wooninvest over cliënt in het kader van overleg binnen ‘Stichting Bloei’, met als gevolg dat die mogelijkheid inmiddels van de baan is, hetgeen derhalve is veroorzaakt door Stek. (…)
2.18.
Op 9 september 2025 heeft [eisende partij] een deskundigenoordeel bij het UWV aangevraagd over de re-integratieinspanningen van Stek. De deskundige van het UWV heeft geoordeeld dat Stek zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van [eisende partij] omdat er geen start is gemaakt met spoor 2 activiteiten.
2.19.
Op 9 oktober 2025 heeft Stek een ontbindingsverzoek ingediend bij de kantonrechter. De ontbindingsprocedure is gelijktijdig met deze kort geding procedure op de mondelinge behandeling van 5 november 2025 behandeld.
2.20.
Bij beschikking van 3 december 2025 (zaaknummer 11915475 \ EJ VERZ 25-84228) heeft de kantonrechter in de rechtbank Den Haag locatie Leiden (onder meer) het verzoek van Stek de arbeidsovereenkomst met [eisende partij] te ontbinden, afgewezen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat geen sprake is van een voldragen d, g, e of i-grond.
2.21.
In het klachtenreglement van Stek staat:
(…) Te nemen stappen voordat een klacht kan worden ingediend:
Stap 1
Een klacht indienen is niet de gewenste eerste stap die een medewerker zet. Passend bij onze kernwaarden gaan wij met de medewerker in geval van een vermeende klacht samen het gesprek aan. Dit houdt in dat de medewerker met de direct leidinggevende in gesprek gaat.
Stap 2
Mocht het gesprek met de leidinggevende niet afdoende zijn, dan richt de medewerker schriftelijk een melding aan de bestuurder. De medewerker gaat na het doen van de schriftelijke melding in gesprek met de bestuurder. De bestuurder neemt een standpunt in over de vermeende klacht. De bestuurder is nl. opdrachtgever van de klachtencommissie. (zie ook artikel 5)
(…)
Artikel 5 inhoud en indienen van een klacht
(…) De klager dient de klacht in bij de commissie, nadat de klacht is voorgelegd aan de bestuurder en bestuurder daarover een standpunt heeft ingenomen.
De keuze om een klacht in te dienen wordt door medewerker genomen. Uiteraard kan dit met ondersteuning van de VPE. (…)

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat - wedertewerkstelling in zijn functie van wijkbeheerder, Stek te veroordelen om een opdracht te verlenen aan de Klachtencommissie Ongewenste Omgangsvormen, Stek te veroordelen het complete personeelsdossier van [eisende partij] ter beschikking te stellen en veroordeling van Stek in de kosten van de procedure.
3.2.
[eisende partij] legt aan de vorderingen verkort weergegeven het volgende ten grondslag. [eisende partij] baseert zich ten aanzien van zijn vordering tot wedertewerkstelling op het voortbestaan van de arbeidsovereenkomst met Stek en stelt dat al geruime tijd geen sprake is van medische belemmeringen om het werk te hervatten. [eisende partij] wenst uitvoering te geven aan de adviezen van de Arboarts en over te gaan tot werkhervatting in zijn eigen functie. Ten aanzien van de vordering tot een veroordeling van Stek tot het instellen van de klachtencommissie stelt [eisende partij] dat hij wenst te weten wie wat exact over hem gezegd heeft tegen Wooninvest zodat hij een vordering tot het verkrijgen van excuses en het betalen van een schadevergoeding aanhangig kan gaan maken. Ten aanzien van de vordering tot het overleggen van het complete personeelsdossier stelt [eisende partij] dat het dossier waartoe hij toegang heeft niet volledig is.
3.3.
Stek voert verweer en stelt in dat verband kort gezegd het volgende. Er zijn meerdere, niet-medische belemmeringen die op dit moment aan terugkeer van [eisende partij] in zijn functie in de weg staan. De arbeidsrelatie is ondanks herhaalde pogingen tot herstel onverminderd ernstig verstoord. Bij [eisende partij] ontbreekt voldoende blijk van inzicht in de door Stek geconstateerde gebreken in zijn functioneren, zowel met betrekking tot de inhoud van het werk als met betrekking tot zijn houding en gedrag. Bovendien hebben meerdere collega’s en bewoners herhaaldelijk te kennen gegeven moeite te hebben met zijn dominante en intimiderende optreden, wat de uitoefening van zijn functie en de veiligheid en rust binnen het team belemmert. Ten aanzien van de vordering opdracht te geven aan de Klachtencommissie stelt Stek dat dit conform het klachtenregelement niet kan omdat stap 1 en 2 niet conform het reglement zijn gevolgd, en ten aanzien van het personeelsdossier stelt Stek dat [eisende partij] al toegang heeft tot het volledige dossier.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Toetsingskader kort geding
4.1.
Voldoende is gebleken dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde voorziening, zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn vorderingen.
4.2.
In dit kort geding moet op basis van wat partijen naar voren hebben gebracht worden beoordeeld of de in deze zaak aannemelijk te achten omstandigheden een ordemaatregel vereisen dan wel of de vordering van [eisende partij] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Wat hierna wordt overwogen behelst dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
Wedertewerkstelling in eigen functie
4.3.
[eisende partij] formuleert zijn vordering tot wedertewerkstelling als volgt: [eisende partij] vordert Stek te veroordelen om hem binnen 24 uur na betekening van dit vonnis toe te laten tot zijn eigen werk bij Stek in de functie van wijkbeheerder, en alles te doen wat is vereist om [eisende partij] in deze betrekking naar behoren te doen functioneren, daaronder mede begrepen het weer opnemen van [eisende partij] in de zakelijke werk app groep, hem weer toegang te verschaffen tot zijn mail, inclusief zijn mail historie en alles na te laten wat [eisende partij] hierin mocht belemmeren, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom groot € 2.500,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat Stek aan deze veroordeling niet (volledig) zal voldoen, met een maximum van € 50.000,00.
4.4.
De kantonrechter stelt voorop dat een arbeidsovereenkomst niet zonder meer recht geeft op het mogen verrichten van arbeid, maar dat voor een ingrijpende maatregel als een op non-actiefstelling slechts grond is als er sprake is van dusdanig zwaarwegende omstandigheden dat van de werkgever in redelijkheid niet langer gevergd kan worden dat hij de werknemer tot de bedongen arbeid toelaat. Dit betekent dat de vordering van een werknemer tot wedertewerkstelling moet worden getoetst aan de norm van goed werkgeverschap als bedoeld in artikel 7:611 BW. Daarmee hangt het antwoord op de vraag of de werkgever verplicht is de werknemer in staat te stellen de overeengekomen arbeid te verrichten af van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid, alsmede van de bijzondere omstandigheden.
4.5.
Nu het ontbindingsverzoek van Stek is afgewezen en de arbeidsovereenkomst tussen Stek en [eisende partij] derhalve onverkort voortduurt, ligt het in beginsel op de weg van Stek om [eisende partij] weer tot zijn werkzaamheden toe te laten. Desondanks zijn er naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter in dit geval dusdanige zwaarwegende omstandigheden dat van Stek in redelijkheid niet kan worden gevergd [eisende partij] per direct tot zijn werkzaamheden toe te laten. Daartoe is het volgende redengevend.
4.6.
Zoals door de kantonrechter is overwogen onder overweging 4.13 in de beschikking van vandaag in de ontbindingsprocedure is er tussen Stek en [eisende partij] wél sprake van een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Deze ernstige verstoring is naar het oordeel van de kantonrechter een zwaarwegende omstandigheid zodanig dat van Stek niet gevergd kan worden [eisende partij] per direct tot zijn werkzaamheden toe te laten. Het is van belang dat tussen [eisende partij] en zijn collega’s uit zijn team en mogelijk ook (opnieuw) tussen [eisende partij] en de leidinggevende(n) van Stek nog gesprekken plaatsvinden, onder meer met informatie aan [eisende partij] over de teamcoaching die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het regio-overleg van november 2023 en de sfeer en afspraken over bejegening in het team. Dit kan plaatsvinden in de vorm van mediation en al dan niet op aanwijzingen van de bedrijfsarts. Een gesprek en afspraken hierover zijn nodig alvorens [eisende partij] zijn werkzaamheden kan hervatten.
4.7.
Verder weegt de kantonrechter mee dat [eisende partij] ziek (gemeld) is en dat er tussen Stek en [eisende partij] discussie is ontstaan over de vraag of [eisende partij] de re-integratie op het eerste of tweede spoor dient voort te zetten. [eisende partij] stelt dat re-integratie in het eerste spoor in zijn eigen functie mogelijk is en gevolgd moet worden, en dit formuleert hij ook zo in zijn vordering tot wedertewerktstelling. Stek stelt dat re-integratie in het eerste spoor na het eerste ziekte jaar een gepasseerd station is en dat re-integratie in het tweede spoor moet plaatsvinden. De kantonrechter is van oordeel dat weliswaar aannemelijk is geworden dat Stek in onvoldoende mate aan haar re-integratieverplichtingen heeft voldaan, maar dat hoeft niet in te houden dat [eisende partij] per direct in zijn eigen functie kan re-integreren bij Stek. De kantonrechter is van oordeel dat de re-integratie gelet op de ziekmelding dient plaats te vinden op aanwijzing van de bedrijfsarts en de kantonrechter sluit niet uit dat een oordeel van een arbeidsdeskundige verkregen zal moeten worden, als er onenigheid blijft bestaan over de wijze van re-integreren van [eisende partij] . Ook hierin ziet de kantonrechter een zwaarwegende omstandigheid die in de weg staat aan toewijzing van de vordering van [eisende partij] tot directe wedertewerkstelling op de eigen werkplek.
4.8.
De vordering van [eisende partij] om door Stek toegelaten te worden tot zijn eigen werkzaamheden zal voor dit onderdeel worden afgewezen.
Toegang tot de appgroep
4.9.
Stek stelt dat de appgroep waartoe [eisende partij] toegang vordert een privé-WhatsAppgroep is van collega’s onderling. Stek heeft dus niet de mogelijkheid om [eisende partij] toe te voegen of te verwijderen uit deze appgroep. Bovendien betreft het geen officieel communicatiekanaal van Stek.
4.10.
Nu dit door [eisende partij] niet is weersproken, neemt de kantonrechter dit als vaststaand aan. Daarom wijst de kantonrechter de vordering van [eisende partij] om Stek te veroordelen hem toegang te geven tot de zakelijke appgroep af.
Toegang tot de mailbox
4.11.
Ter zitting heeft Stek gesteld dat zij is overgestapt naar een ander systeem voor de zakelijke mail. Stek heeft aangeboden dat [eisende partij] een afspraak kan maken met Stek om de toegang tot de e-mail weer te verschaffen.
4.12.
De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij] gelet op deze toezegging onvoldoende belang heeft bij toewijzing van zijn vordering op dit punt. Deze vordering zal dus voor dit onderdeel worden afgewezen.
Instellen klachtencommissie
4.13.
[eisende partij] vordert dat Stek wordt veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van het vonnis opdracht te verlenen aan de Klachten Commissie Ongewenste Omgangsvormen om een onderzoek te doen naar wie van Stek wat voor informatie over hem aan Wooninvest heeft verstrekt, op straffe van verbeurte van een dwangsom groot € 2.500 voor elke dag of gedeelte daarvan dat Stek aan deze veroordeling niet (volledig) zal voldoen, met een maximum van € 50.000.
4.14.
Stek voert verweer en stelt in dat verband het volgende. Volgens het Klachtenreglement dient [eisende partij] eerst stap 1 en 2 uit de klachtenprocedure te doorlopen, te weten dat hij een gesprek voert met zijn leidinggevende en de bestuurder. Een uitnodiging voor dit gesprek is door Stek gestuurd aan (de gemachtigde van) [eisende partij] maar [eisende partij] heeft deze uitnodiging zelf afgeslagen. Bovendien moet conform artikel 5 van het klachtenreglement [eisende partij] zelf een klacht indienen bij de backoffice van de klachtencommissie, ook dat heeft [eisende partij] (nog) niet gedaan.
4.15.
Het verweer van Stek slaagt. Het klachtenreglement geeft Stek niet de mogelijkheid of bevoegdheid om een opdracht te geven aan de klachtencommissie zolang over de klacht niet gesproken is met de leidinggevende ofwel de bestuurder. Vast staat dat dit (formeel) niet gebeurd is en dat de klachtencommissie gebonden is aan dit klachtenreglement. Ook is niet gebleken dat door [eisende partij] zelf al een klacht bij de klachtencommissie is ingediend, welke door de klachtencommissie eventueel onvoldoende in behandeling is genomen. Het is daarom onvoldoende gebleken dat [eisende partij] voldaan heeft aan de voorwaarden voor toewijzing van de vordering op dit punt. De vordering van [eisende partij] wordt afgewezen.
4.16.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter daarover als volgt. De vordering van [eisende partij] is gestoeld op de aanname dat Stek zich negatief heeft uitgelaten over [eisende partij] . Echter in deze kort geding procedure is niet komen vast te staan dát Stek zich jegens Wooninvest negatief heeft uitgelaten over [eisende partij] en [eisende partij] door het slijk heeft gehaald. Om dit vast te stellen zou mogelijk bewijsvoering nodig zijn, waarvoor in deze procedure geen plaats is. Gezien de door [eisende partij] geformuleerde beschuldiging heeft Stek naar het oordeel van de kantonrechter al wel gedaan wat redelijkerwijs van haar kon worden verlangd. Stek heeft namelijk onderzoek gedaan naar eventuele uitlatingen door een van haar werknemers over [eisende partij] aan Wooninvest.
Personeelsdossier
4.17.
Ter zitting is door Stek het standpunt ingenomen dat het personeelsdossier waartoe [eisende partij] digitaal toegang heeft het volledige personeelsdossier van [eisende partij] is, en dat alleen het plan van aanpak daarin niet is opgenomen omdat dat door [eisende partij] nooit ondertekend is. [eisende partij] heeft na deze toelichting van Stek ter zitting de vordering tot het veroordelen van Stek tot het overlegggen van het personeelsdossier ingetrokken, zodat deze vordering geen verdere bespreking behoeft.
Conclusie
4.18.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat er geen reden is voor het treffen van een ordemaatregel in deze kort geding procedure en dat de vorderingen van [eisende partij] zullen worden afgewezen.
4.19.
[eisende partij] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stek worden begroot op:
- salaris gemachtigde
814,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
949,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Westerhuis-Evers en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.