ECLI:NL:RBDHA:2025:23937
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in het bestuursrechtelijke beroep tegen afwijzing verblijfsdocument op grond van EU-recht
In deze zaak heeft verzoekster een aanvraag ingediend voor de afgifte van een verblijfsdocument op basis van EU-recht, specifiek het arrest Chavez-Vilchez, omdat zij de verzorgende ouder is van haar zoon die de Nederlandse nationaliteit heeft. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen, en verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Op 27 november 2025 heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen, omdat zij en haar zoon in een noodopvanglocatie verblijven en haar rechtmatig verblijf op 11 december 2025 zou eindigen. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoekster een spoedeisend belang heeft bij haar verzoek, aangezien zij en haar zoon dakloos zouden worden zonder rechtmatig verblijf.
De voorzieningenrechter heeft ook overwogen dat het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit een redelijke kans van slagen heeft, gezien de bevestiging van de Nederlandse nationaliteit van haar zoon door verweerder. De belangenafweging viel in het voordeel van verzoekster uit, omdat de gevolgen van afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening zeer ingrijpend zouden zijn voor haar en haar zoon. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak op het beroep. Tevens is verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoekster.