ECLI:NL:RBDHA:2025:23838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening rijgeschiktheid en rijbewijs
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 5 december 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) dat een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid oplegde en de geldigheid van zijn rijbewijs schorste. De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang in deze zaak is komen te ontbreken, omdat het onderzoek naar de rijgeschiktheid al heeft plaatsgevonden en verzoeker inmiddels een definitief besluit heeft ontvangen waarin staat dat hij niet rijgeschikt is. Hierdoor kan de schorsing van het rijbewijs niet meer worden opgeheven, aangezien het rijbewijs inmiddels ongeldig is verklaard. Verzoeker moet apart in bezwaar gaan tegen dit besluit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, zonder dat er aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.