ECLI:NL:RBDHA:2025:23838
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na onderzoek rijgeschiktheid
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het opleggen van een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid en de schorsing van zijn rijbewijs door verweerder, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Na het opleggen van het onderzoek en de schorsing heeft verzoeker een definitief besluit ontvangen waarin zijn rijbewijs ongeldig is verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening is komen te ontbreken, nu het onderzoek reeds heeft plaatsgevonden en het rijbewijs niet langer geschorst maar ongeldig is verklaard. Verzoeker kan tegen dit definitieve besluit bezwaar maken.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en benadrukt dat de schorsing van het rijbewijs niet meer kan worden opgeheven in dit stadium. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen omdat het spoedeisend belang is komen te ontbreken.