ECLI:NL:RBDHA:2025:23818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. Hofman
- M.J.J. Roks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring gemeente Den Haag in verband met mantelzorgsituatie en ontwrichting huishouden
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 15 december 2025, wordt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring behandeld. Eiseres, die met haar kinderen in [plaats 2] woont, heeft op 11 juni 2024 een aanvraag ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van [plaats 1] op 8 augustus 2024 werd afgewezen. Het bezwaar van eiseres werd op 9 december 2024 ongegrond verklaard. Eiseres stelt dat zij en haar kinderen in de buurt van familieleden in [plaats 1] willen wonen en dat haar verhuizing naar [plaats 2] gedwongen was door schuldenproblematiek en psychische problemen. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden voor een urgentieverklaring volgens de Huisvestingsverordening van [plaats 1]. De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een mantelzorgsituatie en dat de ontwrichting van het huishouden niet aannemelijk is gemaakt. De rechtbank wijst erop dat de belangen van de kinderen wel zijn meegewogen, maar dat de huidige woonsituatie voldoende is voor hun basisbehoeften. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen griffierecht terug of vergoeding van proceskosten.