ECLI:NL:RBDHA:2025:23818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens ontbreken mantelzorg en ontwrichting huishouden
Eiseres verzocht om een urgentieverklaring om dichter bij familie te kunnen wonen vanwege haar psychische problemen en de situatie van haar kinderen. De gemeente wees de aanvraag af omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden voor mantelzorg en ontwrichting van het huishouden volgens de Huisvestingsverordening.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees. Eiseres kon niet aantonen dat zij mantelzorg ontving of verleende, noch dat er sprake was van volledige ontwrichting van het huishouden. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast omdat de situatie niet uitzonderlijk genoeg was.
Verder concludeerde de rechtbank dat de belangen van de kinderen voldoende waren meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.