Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep tijdig en correct is ingediend na een schriftelijke ingebrekestelling.
De rechtbank acht een nadere beslistermijn tot uiterlijk 6 januari 2026 redelijk, gelet op bijzondere omstandigheden zoals achterstanden bij de behandeling van asielaanvragen. Tevens wordt een rechterlijke dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor het geval verweerder niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. De rechtbank verwijst naar de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Vreemdelingenwet 2000 en de Algemene wet bestuursrecht.