ECLI:NL:RBDHA:2025:23765
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op inzage in identiteit melder ziekenhuis onder Wet politiegegevens
Eiser verzocht op grond van de Wet politiegegevens (Wpg) inzage in de naam van de medewerker van een ziekenhuis die een onjuiste mededeling over hem had gedaan aan de politie, welke leidde tot weigering van zorg. Verweerder, de korpschef van de politie, wees dit verzoek af op basis van artikel 27 Wpg Pro, stellende dat geen belangenafweging mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat artikel 27 Wpg Pro geen ruimte laat voor een belangenafweging. De rechtbank benadrukt dat een afweging moet worden gemaakt tussen het belang van eiser bij inzage en het belang van bescherming van rechten van derden. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom weigering noodzakelijk en evenredig is.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een juiste belangenafweging. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan eiser. De rechtbank beperkt zich tot de beoordeling van het inzageverzoek en doet geen uitspraak over het handelen van het ziekenhuis.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van inzage wordt vernietigd met opdracht tot een nieuwe belangenafweging.