ECLI:NL:RBDHA:2025:23760

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL25.27957
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing asielaanvraag als kennelijk ongegrond

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 18 juni 2025 waarbij haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond is afgewezen. Tevens heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk ongedaan te maken.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Daarbij is overwogen dat bij de uitspraak op het beroep onder zaaknummer NL25.27956 reeds een beslissing is genomen, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond wordt afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 10 december 2025 door de voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27957

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [V-nummer], verzoekster

mede namens haar minderjarige kinderen:
[kind 1]
[kind 2]
[kind 3],
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 18 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.27956, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is op 10 december 2025 gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.