De rechtbank Den Haag behandelde op 20 november 2025 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan chronische suïcidaliteit en zich momenteel in een acute fase bevindt.
Betrokkene verzet zich tegen de opname en de verplichte zorg, terwijl de basisarts en verpleegkundige de noodzaak van opname en behandeling onderstrepen vanwege een acuut katatoon beeld en een hoog suïciderisico. Betrokkene heeft een euthanasietraject ingezet, maar de rechtbank oordeelt dat het suïciderisico door het mutistische en katatone beeld levensbedreigend is en behandeling noodzakelijk.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, en dat verplichte zorg in de vorm van medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname noodzakelijk en evenredig is. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, met afwijzing van overige verzoeken. Tegen deze beschikking staat cassatie open.