ECLI:NL:RBDHA:2025:23746
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres diende op 3 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in, die door de minister op 29 september 2025 niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De minister baseerde zich op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en het feit dat eiseres eerder in Frankrijk asielverzoeken had ingediend.
Eiseres voerde aan dat haar oudste zoon astma heeft en dat zij als alleenstaande moeder met twee minderjarige kinderen bijzondere kwetsbaarheid vertoont, waardoor de minister haar asielaanvraag op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken. Zij stelde dat overdracht aan Frankrijk zou leiden tot onaanvaardbare risico's voor haar gezin en dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met haar omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht terughoudend was in het aan zich trekken van de aanvraag en dat eiseres onvoldoende had onderbouwd dat overdracht aan Frankrijk een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandeling inhoudt. Medische stukken toonden aan dat haar zoon in Frankrijk medische zorg had ontvangen en dat adequate opvang en zorg beschikbaar zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskosten toe aan de minister.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.