ECLI:NL:RBDHA:2025:23740
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverwijzing naar Zwitserland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en gewezen op het feit dat in een gelijktijdige zaak (NL25.54685) reeds op het beroep is beslist. Hierdoor is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af als kennelijk ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 9 december 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen wegens verantwoordelijkheid van Zwitserland.