Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Somalische nationaliteit, diende op 1 juli 2025 een opvolgende asielaanvraag in, ondersteund door een kopie van een verklaring van de General Advisor van het Marka District gericht aan het UNHCR. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat het originele document, van wezenlijk belang voor de beoordeling, niet was overgelegd ondanks een daartoe gegeven termijn.
Eiser betoogde dat zijn aanvraag wel compleet was en verweerder de aanvraag in behandeling had moeten nemen, ook zonder het originele document. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000 en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak een aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld indien essentiële informatie ontbreekt en niet wordt aangeleverd.
Omdat eiser niet had aangegeven binnen welke termijn het originele document zou worden overgelegd en verweerder daardoor niet kon beoordelen of de aanvraag compleet was, was het buiten behandeling stellen terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.