Uitspraak
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 18 september 2025 ingekomen verzoek van:
[de man] ,
[de vrouw] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens verzoekschrift.
Rechtbank Den Haag
De man en vrouw, gehuwd sinds 2014, wonen samen met hun minderjarige dochter in de echtelijke huurwoning. De dochter verblijft sinds 2024 in Nederland bij haar vader en brengt vakanties door bij haar moeder in het buitenland. Door spanningen tussen de ouders is de thuissituatie onrustig, wat ook het kind belast. Beide partijen hebben verzocht om het uitsluitend gebruik van de woning.
De rechtbank maakt een belangenafweging tussen continuering van de gespannen situatie en toewijzing van het uitsluitend gebruik aan één partij, waarbij de ander zonder alternatieve woonruimte komt te zitten. De rechtbank acht het belang van het kind leidend en wijst het uitsluitend gebruik toe aan de man, omdat het kind bij hem wil blijven en hij de meest aangewezen verzorger is.
Vanwege de woningnood krijgt de vrouw een ruime termijn van zes maanden, tot 15 mei 2026, om alternatieve woonruimte te vinden. Vanaf die datum moet zij de woning verlaten. Het verzoek om het uitsluitend gebruik inclusief inboedel toe te wijzen wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien de inboedel automatisch bij het gebruik van de woning hoort tenzij anders bepaald.
Uitkomst: De man krijgt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toegewezen met een termijn van zes maanden voor de vrouw om alternatieve woonruimte te vinden.