ECLI:NL:RBDHA:2025:23665
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van verzoek om voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak betreffende Wob-verzoek en openbaarmaking van documenten
Op 11 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tussen een verzoeker en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening dat is ingediend door de verzoeker, die het niet eens was met de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen een besluit van de minister. De verzoeker had op 20 december 2020 een verzoek ingediend op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en had op 23 juli 2025 bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister, dat zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 4 december 2025 behandeld, waarbij zowel de verzoeker als de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan het vereiste van materiële connexiteit, wat betekent dat het verzoek niet betrekking had op de inhoud van het bestreden besluit. De verzoeker wilde duidelijkheid over de redenen waarom documenten nog niet waren verstrekt, maar dit viel buiten de reikwijdte van het bestreden besluit. Hierdoor werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter heeft echter wel bepaald dat de minister het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- aan hem moet vergoeden, gezien de omstandigheden van de zaak en de lange periode waarin verzoeker in het ongewisse was over de verstrekking van de documenten.