ECLI:NL:RBDHA:2025:23625

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
NL25.38842
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij niet-tijdig beslissen minister

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag. De minister heeft op 13 februari 2025 een besluit genomen, waarna eiseres op 19 februari 2025 beroep instelde. Later volgde een aanvullende beslissing die nog niet was genomen, waarop eiseres op 18 augustus 2025 opnieuw beroep instelde wegens het uitblijven van dit aanvullende besluit.

De rechtbank oordeelt dat het beroep van 18 augustus 2025 kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres geen procesbelang heeft. De minister heeft immers reeds een besluit genomen op de aanvraag, waardoor het beroep niet kan leiden tot een nieuwe beslissing. De aangekondigde aanvullende beslissing verandert hier niets aan; het uitblijven daarvan kan worden aangevochten in het eerdere beroep van 19 februari 2025.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van een bestuurlijke dwangsom of een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 31 oktober 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38842
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag.
Op 13 februari 2025 heeft de minister op de aanvraag van eiseres beslist. Eiseres heeft hiertegen op 19 februari 2025 beroep ingesteld.
Bij brief van 10 april 2025 heeft de minister aan de rechtbank en eiseres medegedeeld dat nog een aanvullend besluit zal volgen binnen zestien weken.
Eiseres heeft op 5 augustus 2025 een ingebrekestelling ingediend en op 18 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het aanvullende besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiseres tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Dit nu heeft de minister gedaan bij het besluit van 13 februari 2025. Eiseres kan dus niet bereiken dat met het beroep van
18 augustus 2025 de minister ertoe wordt aangezet om alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. Dat maakt dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. De aankondiging van de minister dat hij nog een aanvullend besluit zal nemen, maakt dit alles niet anders. Het uitblijven van het aangekondigde aanvullende besluit kan eiseres aankaarten in het kader van haar beroep van 19 februari 2025.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Al daarom is er al geen reden voor het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
31 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.