ECLI:NL:RBDHA:2025:2356
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Compensatie kinderopvangtoeslag 2014 deels toegekend na onjuiste berekening door Dienst Toeslagen
Eiseres betwistte de hoogte van de compensatie voor de periode januari tot en met maart 2014 en de weigering van compensatie voor april tot en met december 2014. De Dienst Toeslagen had de compensatie deels toegekend maar de rechtbank constateerde dat de berekening onjuist was, met name door een verkeerd gehanteerd openstaand bedrag uit LIC-overzichten.
De rechtbank stelde vast dat er sprake was van institutionele vooringenomenheid in de periode januari tot 26 mei 2014 en dat eiseres voor de periode 26 mei tot 10 juli 2014 recht had op compensatie omdat haar ex-partner aannemelijk deelnam aan een gemeentelijk traject. Voor de periode vanaf 10 juli 2014 bestond geen recht op compensatie omdat geen opvang werd genoten.
Verder werd het bezwaar tegen een besluit ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, hetgeen de rechtbank herstelde. De redelijke termijn was overschreden, waardoor verweerder veroordeeld werd tot een vergoeding van € 1.000 immateriële schade en proceskosten van € 1.814. Verweerder moet een nieuw besluit nemen over de compensatie voor de periode januari tot 10 juli 2014.
Uitkomst: Bestreden besluit vernietigd voor compensatieperiode januari tot 10 juli 2014 en niet-ontvankelijkverklaring bezwaar; nieuw besluit en vergoeding immateriële schade en proceskosten toegewezen.