ECLI:NL:RBDHA:2025:2352

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 februari 2025
Publicatiedatum
19 februari 2025
Zaaknummer
NL24.51673
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin Bulgarije

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 19 februari 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen in een asielprocedure betreffende Dublin Bulgarije. Verzoeker had een voorlopige voorziening gevraagd hangende het beroep tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 23 december 2024.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak (NL24.51672) op 3 februari 2025, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Op 19 februari 2025 werd in de hoofdzaak uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door mr. K. van der Lee en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.51673

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] [1] , v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. S. Igdeli),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. S.J. de Vries).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening die verzoeker heeft ingediend hangende het beroep tegen het besluit van 23 december 2024 van de minister op de asielaanvraag van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.51672, op
3 februari 2025 op zitting behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet ter zitting verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij de uitspraak van 19 februari 2025, zaaknummer NL24.51672, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K. van der Lee, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.M. Hampsink, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.In de stukken van de minister wordt eiser aangeduid als [naam].