Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:23487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11846841 \ RP VERZ 25-50620
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:670 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging onrechtmatige opzegging arbeidsovereenkomst wegens ziekte

De werknemer is sinds juni 2022 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst van 26 uren per week en een bruto maandsalaris van €1.847,76 exclusief emolumenten. Op 20 juni 2025 meldde de werknemer zich ziek, waarna op 26 juli 2025 een bericht van de werkgever werd ontvangen waarin gesteld werd dat de werknemer al ontslagen zou zijn.

De werknemer verzoekt primair om vernietiging van de vermeende opzegging en subsidiair om diverse vergoedingen en proceskosten. De werkgever verschijnt niet op de mondelinge behandeling, waardoor hij niet kan aantonen dat de opzegging rechtsgeldig is. De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 7:670 BW Pro de arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd tijdens ziekte en dat geen geldige opzegging is gebleken.

Daarom wordt de opzegging vernietigd en wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.410,00, vermeerderd met wettelijke rente en kosten van betekening. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
JB/bc
Zaaknummer / rekestnummer: 11846841 \ RP VERZ 25-50620
Beschikking van 10 november 2025
in de zaak van
[verzoekende partij],
te [woonplaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: mr. N.M. Fakiri,
tegen
[verwerende partij] , tevens handelend onder de naam [handelsnaam],
te [woonplaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verwerende partij] .
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoekschrift van [verzoekende partij] van 19 augustus 2025;
1.2.
Op 13 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Op deze mondelinge behandeling is [verzoekende partij] verschenen, bijgestaan door mr. Z. Eker. Hoewel bij exploot te zijn opgeroepen, is [verwerende partij] niet verschenen op de mondelinge behandeling. Door mr. Z. Eker zijn spreekaantekeningen voorgedragen. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Ten slotte is de datum van de beschikking bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[verzoekende partij] is sinds 1 juni 2022 in dienst bij [verwerende partij] op grond van een arbeidsovereenkomst.
2.2.
De arbeidsomvang van [verzoekende partij] bedraagt 26 uren per week. Het bruto maandsalaris bedraagt € 1.847,76 exclusief emolumenten.
2.3.
Op 20 juni 2025 heeft [verzoekende partij] zich ziekgemeld bij twee collega’s, omdat [verwerende partij] die dag onbereikbaar was.
2.4.
Op 26 juli 2025 heeft [verzoekende partij] het volgende Whatsapp-bericht van [verwerende partij] ontvangen:
‘Ik weet niet waar je het over heb. Je bent vorige maand al ontslagen. Wil je mij nu met rust laten a.u.b.[…]’

3.Het verzoek

3.1.
[verzoekende partij] verzoekt in deze procedure primair vernietiging van de vermeende opzegging. Subsidiair verzoekt [verzoekende partij] om betaling van de billijke vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding, de aanzegvergoeding en de transitievergoeding. Tevens verzoekt [verzoekende partij] [verwerende partij] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[verzoekende partij] legt aan zijn verzoek ten grondslag dat hij niet is ontslagen. Bovendien kan [verwerende partij] de arbeidsovereenkomst niet opzeggen gedurende de tijd dat [verzoekende partij] als werknemer ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens zijn ziekte.

4.De beoordeling

4.1.
Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren worden opgezegd. Bijvoorbeeld indien sprake is van een opzegging in de proeftijd, het bereiken van de pensioenleeftijd, na toestemming van het UWV, door een dringende reden (ontslag op staande voet) of met instemming van de werknemer. In artikel 7:670 van Pro het Burgerlijk Wetboek zijn opzegverboden opgenomen. Zo kan een werkgever de arbeidsovereenkomst in beginsel niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte.
4.2.
Dat sprake is van een opzegging op één van bovenstaande manieren, wordt door [verzoekende partij] betwist. Doordat [verwerende partij] niet op de mondelinge behandeling is verschenen, heeft hij niet kunnen onderbouwen dat wel een rechtsgeldige opzegging heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat een rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden. De kantonrechter zal dan ook het primaire verzoek van [verzoekende partij] toewijzen en de opzegging van de arbeidsovereenkomst vernietigen.
4.3.
[verwerende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [verzoekende partij] worden begroot op:
- griffierecht
732,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.410,00
4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
5.2.
veroordeelt [verwerende partij] in de proceskosten van € 1.410,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening en de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als [verwerende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr.drs. S.L.M. Staals en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2025.