Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:23437

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
NL25.9255
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op aanvraag MVV nareis

Verzoeker heeft op 24 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag van 28 augustus 2023 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Pas op 3 oktober 2025 heeft de minister alsnog op de aanvraag beslist en deze ingewilligd. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist en daarmee geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank in dat geval de proceskosten aan de minister opleggen.

De rechtbank stelt de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De minister wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.

De uitspraak is gedaan door rechter W.H. Bel, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, en is geanonimiseerd gepubliceerd.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op de aanvraag MVV nareis.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9255

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 24 februari 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om verlening van een mvv [1] in het kader van nareis van 28 augustus 2023.
Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft verweerder alsnog op de aanvraag beslist. De aanvraag is ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroep is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft beslist en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op €453,50 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waardepunt van €907 met een wegingsfactor van 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is, omdat het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van het besluit.

Beslissing

De rechtbank:
- Veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van €453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 8 december 2025 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Machtiging voorlopig verblijf.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.