Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2025 in de zaak tussen
[minderjarige]( [minderjarige] ), voorheen wonende te [plaats 1] en thans wonende te [plaats 2] , eiseres
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft de ingangsdatum van de toekenning van een persoonsgebonden budget (pgb) voor jeugdhulp aan een minderjarige. Eiseres, wettelijk vertegenwoordiger van het kind, betwistte dat het aangepaste pgb pas per 1 november 2024 zou ingaan, terwijl het primaire besluit een ingangsdatum van 1 april 2024 vermeldde.
De rechtbank stelde vast dat de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (ISD) het pgb ten onrechte pas met ingang van 1 november 2024 had toegekend, ondanks dat de noodzakelijke jeugdhulp al vanaf 1 april 2024 werd verleend. De bezwaarprocedure had geleid tot een verhoging van het aantal uren jeugdhulp, maar dit mocht niet leiden tot een latere ingangsdatum zonder bijzondere omstandigheden, die niet waren gebleken.
De rechtbank oordeelde dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor een juiste beoordeling van de aanvraag en dat het niet aannemelijk was dat de ouders onvoldoende informatie hadden verstrekt. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de ingangsdatum van het pgb vastgesteld op 1 april 2024.
Daarnaast werd de ISD veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak werd gedaan door rechter C.J. Waterbolk op 16 december 2025.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat het pgb voor jeugdhulp ingaat op 1 april 2024 en veroordeelt de ISD tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.