Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
ik ben bereid om alle waarheid aan u te vertellen. Toen ik nog in Nederland was, was het voor mij niet makkelijk om alles aan de politie te vertellen.”Ze vertelt dat ze eerder tegen de politie heeft gelogen. Dat zij was benaderd door medeverdachte [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ) en haar is gezegd dat ze naar de politie moest gaan en vertellen dat zij alles zelf had gedaan. Uit het procesdossier komt naar voren dat [medeverdachte 3] op 30 mei 2024 telefonisch contact heeft gelegd met [slachtoffer] . In dit telefoongesprek, waarvan het tapgesprek zich in het procesdossier bevindt, is tegen [slachtoffer] gezegd dat [medeverdachte 3] haar wil zien, dat zij haar locatie met hem moet delen en dat hij haar moet spreken voordat ze met de politie meegaat. Daarbij is ook gezegd dat [medeverdachte 2] een groot probleem heeft en [slachtoffer] hem moet helpen. [medeverdachte 3] heeft haar vervolgens bezocht en haar naar de politie gebracht. Ook bevindt zich in het dossier een Snapchatgesprek waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] [slachtoffer] eveneens heeft benaderd en heeft gezegd wat zij de politie moet vertellen. Uit een telefoongesprek van [medeverdachte 1] met een andere persoon volgt dat [medeverdachte 1] heeft gezegd:
[medeverdachte 2] er is een kans dat [medeverdachte 2] misschien 1 jaar gaat vastzitten, maar [medeverdachte 2] ik heb ervoor gezorgd dat die Kech (straattaal voor hoer) met [medeverdachte 3] gaat praten en nu heeft [medeverdachte 3] nu is uh .. [medeverdachte 3] daar met haar". Ze gaan samen naar het politiebureau zij gaat tegen de politie zeggen dat zij alles zelf wou doen en dat verder zij zelf wou werken en dat zij alleen om hulp vroeg om een account te maken en that's it.”
.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De inbeslaggenomen voorwerpen
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
270(
TWEEHONDERDZEVENTIG) DAGEN;
72 (TWEEËNZEVENTIG) DAGEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij
op twee (2) jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;