ECLI:NL:RBDHA:2025:23344
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Gülen-aanhanger op grond van aangescherpt beleid en individuele beoordeling
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende jongere, diende een asielaanvraag in op basis van zijn betrokkenheid bij de Gülen-beweging. Zijn vader was ook betrokken en strafrechtelijk vervolgd, en eiser vreesde vervolging bij terugkeer naar Turkije. Verweerder wees de aanvraag af op grond van nieuw beleid dat per 1 december 2023 en 1 juli 2024 werd aangescherpt, waarbij Gülen-aanhangers als risicoprofiel werden aangemerkt met een hogere bewijslast.
De rechtbank oordeelde dat deze beleidswijzigingen niet onredelijk zijn en dat verweerder het nieuwe beleid mocht toepassen op de aanvraag van januari 2023. De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn dat eiser persoonlijk in de negatieve aandacht staat van Turkse autoriteiten of een gegronde vrees voor vervolging heeft. Ook het argument dat verweerder niet tijdig had beslist, waardoor het oude beleid had moeten gelden, werd verworpen omdat geen bijzondere omstandigheden waren die hiervan afweken.
De rechtbank overwoog dat hoewel de situatie voor Gülen-aanhangers zorgelijk blijft, de verbeterde rechtsbescherming en afgenomen vervolgingsintensiteit geen aanleiding geven tot het verlenen van asiel. De individuele omstandigheden van eiser, zoals zijn actieve deelname aan de beweging en familiegeschiedenis, rechtvaardigen geen verblijfsvergunning. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging.