ECLI:NL:RBDHA:2025:23312

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
NL25.35026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 42 Vreemdelingenwet 2000Art. 6:12 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit en ongegrondheid beroep tegen alsnog genomen besluit in vreemdelingenzaak

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is verstreken en dat eiseres de minister heeft verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen. De minister heeft na het instellen van het beroep alsnog een besluit genomen.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is omdat de minister inmiddels een besluit heeft genomen. Het beroep tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond omdat eiseres geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen dit besluit.

Omdat het beroep terecht is ingediend en de minister na het beroep alsnog een besluit heeft genomen, veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eiseres gemaakte proceskosten. De rechtbank wijst het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe en doet uitspraak zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond; de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35026

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiseres,

V-nummer: [nummer] ,
mede namens haar minderjarige kind:

[naam]V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak gaat over het opvolgende beroep dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf.
1.2.
Eiseres heeft gevraagd om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen
.
1.3.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ontvankelijk?
2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken. [2] Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. [3] Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. [4]
3. Op 16 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen. Omdat door de minister alsnog een besluit is genomen, is er voor de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de minister alsnog een besluit op de aanvraag dient te nemen. [5]
4. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit is kennelijk niet-ontvankelijk.

Is het beroep tegen het alsnog genomen besluit gegrond?

5. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ook betrekking op het alsnog genomen besluit. [6] Eiseres heeft geen gronden ingediend die zien op het alsnog genomen besluit. Dit betekent dat het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit kennelijk ongegrond is.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het alsnog genomen besluit is ongegrond.
7. Omdat de minister na het indienen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen, is het beroep terecht ingediend, en moet de minister de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. De te vergoeden proceskosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [7]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep tegen het alsnog genomen besluit ongegrond;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 42 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
5.Artikel 8:55d van de Awb.
6.Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
7.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.