ECLI:NL:RBDHA:2025:23215
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot wijziging van voornaam wegens zwaarwichtig belang
Verzoekster, geboren in Nederland en houdster van de Nederlandse nationaliteit, heeft een verzoek ingediend tot wijziging van haar voornaam. Haar huidige voornamen zijn ‘[voornaam] [tweede naam]’, maar zij gebruikt in de praktijk en in de Verenigde Staten, waar zij sinds 1993 woont, de roepnaam ‘[roepnaam]’. Deze discrepantie leidt tot problemen bij grenscontroles vanwege aangescherpte veiligheidsmaatregelen.
De rechtbank stelt vast dat zij rechtsmacht heeft op grond van artikel 3 Rv Pro en dat Nederlands recht van toepassing is volgens artikel 10:20 BW Pro. De rechtbank beoordeelt dat de gevraagde voornaamswijziging geoorloofd is volgens artikel 1:4 lid 2 BW Pro en dat er een zwaarwichtig belang is aangetoond.
Daarom wordt het verzoek tot wijziging van de voornaam toegewezen. Het verzoek tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen wegens de aard van de zaak. De wijziging zal worden vastgelegd in de geboorteakte door een latere vermelding.
De beschikking is uitgesproken op 7 november 2025 door rechter G. van Zeben-de Vries, bijgestaan door griffier S.B. Boekema.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de voornaam wordt toegewezen, uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen.