ECLI:NL:RBDHA:2025:23119
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 4 september 2025 in de algemene procedure niet ontvankelijk. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 26 november 2025, waarbij alleen de gemachtigde van de minister aanwezig was. Het onderzoek werd op die zitting gesloten. Op dezelfde dag als deze uitspraak werd in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.42805) uitspraak gedaan.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is behandeld en uitspraak is gedaan.