“De volgende feiten zijn ter zitting gebleken en dienen ter onderbouwing van de wraking:
Actieve Belemmering van de Waarheidsvinding
Rechter Zandvliet heeft actief voorkomen dat de GGZ/verantwoordelijke psychiater ter verantwoording werd geroepen voor de gevaarlijke en ongeldige zorg:
Opzet Gezondheidsschade te Verdoezelen & Inhoudelijk Onvoorbereid: De rechtbank en de rechter waren vóór de zitting op de hoogte van de geluidsopname (verstuurd op 20 november) met de uitspraken van psychiater [naam 2] .
De feiten met betrekking tot de levensgevaarlijke Homocysteïne-waarde (oplopend tot 41) zijn dermate ernstig dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) reeds een onderzoek naar handhaving heeft ingesteld. Het negeren van deze ernstige feiten door de rechter bewijst de opzettelijke vooringenomenheid ten gunste van de GGZ.
De rechter liet de zitting plaatsvinden in aanwezigheid van een case manager die mij onbekend was, en een case manager die geen kennis had van deze medische feiten.
Door het toestaan van de afwezigheid van de verantwoordelijke psychiater en het laten plaatsvinden van de zitting met ondeskundig personeel, is de feitelijke grondslag doelbewust aan een onafhankelijk oordeel onttrokken.
Juridische Nulliteit genegeerd: De rechter heeft mijn bezwaar dat de basisbeschikking van vorig jaar formeel null en nietig is vanwege het ontbrekende officiële zegelstempel, terzijde geschoven met de stelling dat dit geen fatale fout zou zijn. De rechter weigerde hiermee het onweerlegbare juridische principe te erkennen dat een ongeldige beschikking niet als basis kan dienen voor enige verlenging.
Bewuste Procedurele Manipulatie en Partijdige Verdraaiing
De rechter heeft de te late indiening en de verlopen maatregel willen redden, wat de intentie tot partijdigheid bewijst:
Opzettelijke Vertraging en Zittingskeuze (Informele GGZ-brief): Ik ben in het bezit van een informele brief van de GGZ waaruit blijkt dat een zitting reeds gepland stond op 28 november 2025. Dit bewijst dat de zitting tijdig gehouden kon worden, namelijk vóór de vervaldatum van 29 november. De beslissing om de zitting te verschuiven naar 4 december is hierdoor onverklaarbaar en vormt de basis voor het vermoeden van opzet.
Misbruik van Hoge Raad-Jurisprudentie: De rechter negeerde het harde, wettelijke feit dat de beschikking op papier op 29 november is vervallen en hield vast aan een rekbaar Hoge Raad-argument om de verlenging alsnog inhoudelijk te kunnen behandelen.
De Partijdige Bekentenis en Toegewerkt Wrakingsverzoek: Rechter Zandvliet zei letterlijk het “jammer te vinden” dat zij de zaak niet inhoudelijk kon behandelen. De bewuste keuze om mijn fatale argumenten te negeren, leidde tot mijn uitgesproken idee dat er bewust naar een wrakingssituatie werd toegewerkt om de wettelijk verplichte opheffing van de maatregel te vertragen.
Schending van het Recht op Effectieve Rechtsbijstand
De rechter heeft doelbewust nagelaten om mij van effectieve rechtsbijstand te voorzien, ondanks mijn dringende verzoek sinds 19 november 2025. Dit toont de schending van het fundamentele recht op verdediging:
Ongegronde Afwijzing: De rechter stelde dat de rechtbank “aan haar plicht had voldaan” door twee eerdere advocaten toe te wijzen. Dit standpunt negeerde de feitelijke situatie.
Problematische Advocaten: De eerste advocaat stopte wegens zwangerschap en een fatale fout in een brief. De rechtbank forceerde vervolgens de verschijning van [naam 3] , met wie ik anderhalf jaar geleden reeds een aantoonbare vertrouwensbreuk had.
Weigering alternatief: De rechter weigerde een andere piketadvocaat toe te wijzen, een mogelijkheid die de rechtbank wel degelijk had, waardoor ik ter zitting geen adequate of vertrouwde vertegenwoordiging had.
Conclusie van de Aanvulling:
De combinatie van het actief belemmeren van de waarheidsvinding (in een zaak die reeds door de IGJ wordt onderzocht), het schenden van het recht op effectieve rechtsbijstand, het ontkennen van de nulliteit van de basisbeschikking, de bewuste manipulatie van de zittingsdatum, en het expliciet uiten van de voorkeur voor een inhoudelijke behandeling, bewijst dat Rechter Zandvliet niet onpartijdig was. De rechter heeft mijn noodzaak tot wraking uitgelokt, teneinde de wettelijk verplichte opheffing van de maatregel te vertragen. Ik verzoek de Wrakingskamer deze aanvullende feiten mee te wegen en de wraking van Rechter Zandvliet toe te wijzen.”