ECLI:NL:RBDHA:2025:23111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 31 december 2024. De minister moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 1 juli 2026 ligt.
Eiser heeft de minister op 28 juli 2025 schriftelijk in gebreke gesteld, maar dit was nog binnen de verlengde beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank gaat niet in op een eventuele bestuurlijke dwangsom.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 29 oktober 2025. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.