ECLI:NL:RBDHA:2025:23110
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 29 juli 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië is de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 29 januari 2026 ligt.
Eiser stelde de minister op 28 juli 2025 in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling minimaal twee weken voor het instellen van beroep worden gedaan, maar pas nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen reden voor een proceskostenveroordeling en kwam niet toe aan het beoordelen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. Het beroep werd derhalve niet-ontvankelijk verklaard en de zaak werd zonder zitting afgedaan.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.