ECLI:NL:RBDHA:2025:23109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 24 maart 2024 ontvangen en de minister moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat van 14 december 2024 tot 13 juni 2025 gold, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 24 september 2025 lag.
Eiser stelde de minister op 31 juli 2025 in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor werd de ingebrekestelling als te vroeg beschouwd. Volgens de Algemene wet bestuursrecht is een ingebrekestelling onontvankelijk als deze niet binnen de juiste termijn wordt gedaan. De rechtbank oordeelde daarom dat het beroep niet-ontvankelijk is.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en kwam niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 29 oktober 2025 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.