ECLI:NL:RBDHA:2025:23008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Emaus-Visschers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM voor biologische vader met minderjarig kind
Eiser, een Sierra Leoonse nationale en biologische vader van een minderjarig kind (referente), verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro om bij zijn dochter in Nederland te verblijven. De minister wees dit verzoek af met de motivering dat er geen sprake zou zijn van hechte persoonlijke banden tussen eiser en zijn dochter, mede omdat zij niet uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie is geboren.
De rechtbank oordeelt dat de minister zich onvoldoende heeft gemotiveerd bij het standpunt dat geen familie- of gezinsleven bestaat. De rechtbank benadrukt dat het regelmatig persoonlijk contact, de gezamenlijke zorgmomenten en de erkenning van het kind door eiser wijzen op hechte persoonlijke banden. De minister heeft deze feiten onvoldoende in zijn beoordeling betrokken.
De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de minister op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de vastgestelde hechte persoonlijke banden en de erkenning van het kind. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. De rechtbank ziet geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien of de bestuurlijke lus toe te passen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.