Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] ,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers, allen van Ugandese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel van verblijf als familie- of gezinslid bij referent in Nederland. De minister had de aanvraag afgewezen omdat de identiteit en familierechtelijke relatie van de drieling met hun biologische ouders niet aannemelijk waren gemaakt, mede door tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van officiële documenten.
De rechtbank overwoog dat de minister terecht geen DNA-onderzoek hoefde aan te bieden vanwege contra-indicaties zoals tegenstrijdige verklaringen. De minister had ook terecht geoordeeld dat de feitelijke gezinsband tussen referent en eiser 1 niet aannemelijk was gemaakt, onder meer door tegenstrijdige verklaringen van referent over samenwoning en het ontbreken van voogdijakte.
De rechtbank concludeerde dat de minister voldoende gemotiveerd had waarom de identiteit en gezinsband niet aannemelijk waren gemaakt en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.H.G. Odink op 25 november 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.