ECLI:NL:RBDHA:2025:22974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod
De rechtbank Den Haag behandelde op 19 november 2025 het beroep van eiser tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod uitgevaardigd door de minister van Asiel en Migratie op 6 januari 2025.
Eiser stelde dat het terugkeerbesluit en inreisverbod niet correct waren uitgereikt conform artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en dat de termijn voor het indienen van beroep onduidelijk was. De rechtbank verwierp deze gronden omdat het genoemde artikel alleen ziet op maatregel van bewaring en het besluit in de Arabische taal met toelichting via tolk was uitgereikt. Bovendien was de beroepstermijn van vier weken duidelijk vermeld.
Verder was onomstreden dat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland had, waardoor het terugkeerbesluit terecht was. De rechtbank bevestigde dat een vertrektermijn kon worden onthouden vanwege het risico op onttrekking aan toezicht, en dat het inreisverbod terecht was opgelegd zonder verkorting of afzien daarvan. Medische omstandigheden van eiser leidden niet tot een ander oordeel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod wordt ongegrond verklaard.