ECLI:NL:RBDHA:2025:22914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsdocument EU/EER
Verzoekster, van Surinaamse nationaliteit, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. De minister heeft dit bezwaar ongegrond verklaard in een besluit van 12 september 2025. Verzoekster vroeg daarop om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van dit besluit op te schorten, zodat zij en haar minderjarige kinderen niet worden uitgezet en hun bijstandsuitkering en ziektekostenverzekering kunnen worden voortgezet.
Eerder was al een voorlopige voorziening toegewezen die uitzetting tijdens de bezwaarprocedure verbood. Na het besluit op bezwaar vroeg verzoekster opnieuw om een voorlopige voorziening in afwachting van het beroep tegen het bestreden besluit. Aanvankelijk verzette de minister zich hiertegen, maar trok dit verzet later in vanwege het spoedeisende belang van verzoekster.
De voorzieningenrechter besloot zonder zitting en wees het verzoek toe. Het bestreden besluit wordt geschorst tot vier weken na de uitspraak op het beroep, waardoor verzoekster niet mag worden uitgezet gedurende deze periode. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €907 aan verzoekster of haar gemachtigde.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot vier weken na uitspraak op het beroep.