Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tussen Banketbakkerij De Vlaam B.V. en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Eiseres, Banketbakkerij De Vlaam B.V., had beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op een herbeoordelingsverzoek van een (ex-)werknemer die een uitkering ontving op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het Uwv om te beslissen op het herbeoordelingsverzoek was overschreden. Eiseres had het Uwv op 2 september 2025 in gebreke gesteld, maar het Uwv had geen beslissing genomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een besluit moest nemen. Tevens werd een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv de beslistermijn overschreed, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank veroordeelde het Uwv ook tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres.