Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tussen Van der Valk Hotel Den Haag - Wassenaar en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Eiseres, vertegenwoordigd door een gemachtigde, had beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit op bezwaar tegen een wijziging van de uitkering van een (ex-)werknemer op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het Uwv om te beslissen op het bezwaar was overschreden. Eiseres had het Uwv op 28 augustus 2025 in gebreke gesteld, maar het Uwv had nog steeds geen besluit genomen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en droeg het Uwv op om binnen negen weken na de uitspraak alsnog een beslissing op bezwaar bekend te maken. Tevens werd een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank stelde ook vast dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht moest vergoeden en veroordeelde het Uwv tot betaling van proceskosten aan eiseres. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).