Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument EU/EER, welke op 30 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Tegen deze afwijzing is bezwaar gemaakt, dat op 28 januari 2025 kennelijk ongegrond werd verklaard. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL25.4963) reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.