ECLI:NL:RBDHA:2025:22868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen wegens onbekwaamheid van eiser en gebrek aan toestemming van de bewindvoerder
In deze zaak heeft eiser, die onder bewind staat, beroep ingesteld tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Leiden. De eerste brief betreft een besluit van 23 september 2024 en de tweede van 2 juli 2025. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser onbekwaam is om in rechte op te treden en dat zijn bewindvoerder geen volmacht of toestemming heeft gegeven voor het indienen van de beroepen. Dit leidt tot de conclusie dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. De rechtbank heeft de zaak zonder zitting beoordeeld op basis van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De bewindvoerder heeft bevestigd dat er geen toestemming is verleend voor de beroepen, en de rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. De rechtbank heeft daarom de beroepen niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meessen op 4 december 2025, en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.