Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Opvolgende rechterlijke machtiging
[cliënt] ,
ProcesverloopHet procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 november 2025.
Standpunten ter zitting
Beoordeling
.
Rechtbank Den Haag
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging voor de duur van twee jaar op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd) ten aanzien van cliënt, die verblijft in een zorgaccommodatie. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 10 november 2025, waarbij cliënt niet aanwezig wilde zijn bij de mondelinge behandeling.
De advocaat van cliënt betwist het bestaan van fysiek of substantieel verbaal verzet en stelt dat het ernstig nadeel, zoals in de stukken vermeld, niet meer actueel is. De psycholoog en arts bevestigden dat cliënt geen actief verzet toont en zich bewust is van haar afhankelijkheid van de zorginstelling. Cliënt uit wel de wens om thuis te zijn, maar onderneemt geen acties om de instelling te verlaten.
De rechtbank constateert dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening met een psychische stoornis in remissie, die kan leiden tot ernstig nadeel. Echter, gezien het ontbreken van verzet en het feit dat de zorg ook vrijwillig kan worden voortgezet, is een rechterlijke machtiging niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de rechtbank het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging wordt afgewezen wegens het ontbreken van voldoende ernstig nadeel en verzet.