ECLI:NL:RBDHA:2025:22816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid bedreigingen ex-echtgenoot in Pakistan
Eiseres diende op 11 januari 2024 een asielaanvraag in vanwege bedreigingen door haar ex-echtgenoot in Pakistan, die haar en haar kinderen zou willen vermoorden vanwege hun vermeende bekering tot het Ahmadi-geloof. De minister wees de aanvraag af op 26 september 2025, omdat het tweede asielmotief, de bedreigingen, niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank behandelde het beroep op 7 november 2025 en oordeelde dat de minister terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas. De minister wees op ongerijmdheden, zoals het verkrijgen van paspoorten voor de kinderen zonder toestemming van de ex-echtgenoot, terwijl juist een goede verstandhouding nodig was. Ook werd het ongeloofwaardig geacht dat de ex-echtgenoot haar niet opzocht ondanks zijn macht.
Eiseres voerde aan dat de minister onjuiste landeninformatie gebruikte en dat de autoriteiten zich niet altijd aan de regels houden. De rechtbank vond echter dat de minister terecht mocht aannemen dat voor paspoortaanvragen toestemming van beide ouders nodig was en dat de ex-echtgenoot toestemming had moeten geven. Ook de verklaringen over het onderzoek door de ex-echtgenoot werden als ongerijmd beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de afwijzing van de asielaanvraag terecht in stand kon blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.