In deze zaak heeft eiser, woonachtig in [woonplaats], beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) op zijn bezwaar tegen een besluit van 10 december 2024, waarin hem een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) was toegekend. Eiser heeft op 7 januari 2025 bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar het Uwv heeft verzuimd om tijdig op het bezwaar te beslissen. Eiser heeft op 2 september 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een besluit. De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn is overschreden en dat het Uwv niet heeft gereageerd op de ingebrekestelling van eiser. De rechtbank heeft daarom het beroep gegrond verklaard en het Uwv opgedragen om binnen twee weken na de uitspraak alsnog een besluit bekend te maken. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Eiser heeft recht op vergoeding van het griffierecht van € 53,-, maar er zijn geen proceskosten toegewezen omdat eiser zelf het beroep heeft ingesteld en er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn vastgesteld.