ECLI:NL:RBDHA:2025:2279

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 februari 2025
Publicatiedatum
18 februari 2025
Zaaknummer
NL24.49247
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging tot voorlopig verblijf

Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Zij stelde dat de minister niet tijdig op haar aanvraag had beslist en maakte daarom beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank beoordeelde dit beroep op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De rechtbank stelde vast dat de minister op 15 november 2024 al een besluit had genomen op de aanvraag van eiseres. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd pas op 10 december 2024 ingediend, nadat de minister al had beslist. Hierdoor was de minister op het moment van het indienen van het beroep niet in gebreke om tijdig te beslissen, zoals vereist in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

De rechtbank wees het beroep daarom af als kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht toegewezen, zodat zij geen griffierecht hoefde te betalen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister al had beslist voordat het beroep werd ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49247

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam],

V-nummer: [nummer],

[naam],

V-nummer: [nummer],
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 18 juli 2023 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres heeft verzocht om vrijstelling van het griffierecht. De rechtbank ziet aanleiding om dit verzoek toe te wijzen. Eiseres hoeft dus geen griffierecht te betalen.
4. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
5. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
6. Eiseres heeft op 10 december 2024 een opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag ingediend. Met het besluit van 15 november 2024 heeft de minister echter al op de aanvraag van eiseres beslist. Nu eiseres haar beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingediend nadat de minister een besluit had genomen, was de minister ten tijde van het indienen van het beroep niet in gebreke om tijdig een besluit te nemen. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor een ontvankelijk beroep zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.