ECLI:NL:RBDHA:2025:2279
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis. Zij stelde dat de minister niet tijdig op haar aanvraag had beslist en maakte daarom beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank beoordeelde dit beroep op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelde vast dat de minister op 15 november 2024 al een besluit had genomen op de aanvraag van eiseres. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd pas op 10 december 2024 ingediend, nadat de minister al had beslist. Hierdoor was de minister op het moment van het indienen van het beroep niet in gebreke om tijdig te beslissen, zoals vereist in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De rechtbank wees het beroep daarom af als kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek van eiseres om vrijstelling van griffierecht toegewezen, zodat zij geen griffierecht hoefde te betalen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard omdat de minister al had beslist voordat het beroep werd ingediend.