Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, werd op 19 november 2025 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat het dossier onvolledig was en dat hij met een geldig visum Nederland was binnengekomen. Tevens betwistte hij de zware en lichte gronden waarop de bewaring was gebaseerd.
De rechtbank oordeelde dat het strafrechtelijke traject was geëindigd op het moment van ophouding en het vreemdelingrechtelijke traject juist was aangevangen, waardoor geen sprake was van onrechtmatige vrijheidsbeneming. De zware gronden 3b en 3c, waaronder het onttrekken aan toezicht en het niet naleven van vertrekplicht, werden als feitelijk juist beoordeeld. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd dat een lichter middel niet effectief zou zijn.
Eiser wilde zijn asielaanvraag in vrijheid afwachten, uit vrees voor discriminatie en geweld bij terugkeer naar Turkije. De rechtbank stelde dat het risico op onttrekking aan het toezicht en het niet naleven van de vertrekplicht de bewaring rechtvaardigden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.