Op 3 augustus 2025 stak de verdachte het slachtoffer met een groot keukenmes in haar bovenlichaam terwijl zij samen in een smalle gang waren. De verdachte wilde de keuken verlaten, maar het slachtoffer versperde haar de doorgang. Tijdens het passeren maakte de verdachte een krachtige hakkende beweging met het mes, waardoor het slachtoffer een steekverwonding opliep.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard, waarmee het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen werd verklaard. De verdediging voerde een beroep op noodweer en noodweerexces aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat het steken met het mes niet proportioneel was en de hevige gemoedsbeweging niet aannemelijk was.
De verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar verklaard vanwege psychische problematiek. De rechtbank veroordeelde haar tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 108 dagen, gelijk aan de tijd die zij in voorarrest had doorgebracht. De verdachte deed afstand van de inbeslaggenomen messen, en de mobiele telefoon werd aan haar teruggegeven.