ECLI:NL:RBDHA:2025:22738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken bezwaargronden ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Eiser maakte pro forma bezwaar tegen een last onder dwangsom vanwege gebreken aan een monumentale stal, maar diende geen bezwaargronden in binnen de gestelde termijn. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en eiser stelde beroep in.
Eiser voerde aan dat er een mondelinge toezegging was gedaan door de gemachtigde van het college dat hij een nadere termijn zou krijgen om de gronden alsnog in te dienen, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Het college betwistte deze toezegging en wees op de schriftelijke termijn die was verstreken zonder reactie.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk mocht worden verklaard omdat eiser geen gronden had aangevoerd binnen de termijn en onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een geldige toezegging was gedaan. De rechtbank vond dat een professionele gemachtigde schriftelijke bevestiging van een termijnverlenging had moeten verlangen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter A.J. van der Ven op 13 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van bezwaargronden binnen de gestelde termijn.