Eiser, een Somalische asielzoeker, diende op 4 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees deze aanvraag op 8 augustus 2024 af wegens onvoldoende onderbouwing van het asielmotief, met name het ontbreken van relevante documenten over de bedreigingen door Al Shabaab en het overlijden van zijn vader.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet volgens het eigen beleid heeft gehandeld door eiser niet in de gelegenheid te stellen tijdens het nader gehoor te verklaren waarom bepaalde documenten ontbraken. Tevens is de motivering onvoldoende waarom verweerder deze documenten verwachtte en waarom de gegeven verklaringen niet bevredigend zouden zijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de feitelijke situatie in Somalië, waar documenten vaak ontbreken en de rechtsstaat niet goed functioneert. Ook de landeninformatie en de verklaringen van eiser zijn niet adequaat betrokken in de besluitvorming.
Gelet op deze zorgvuldigheids- en motiveringsgebreken vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij eiser eerst de gelegenheid moet krijgen te reageren op het ontbreken van documenten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep zelf al leidt tot vernietiging van het besluit.
Eiser wordt tevens een proceskostenvergoeding toegekend van € 2.721,- voor de beroepsprocedure.