ECLI:NL:RBDHA:2025:22707

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
C/09/684228 / HA RK 25-204
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot benoeming van een deskundige in een civiele procedure over scheurvorming in opleggers

In deze civiele procedure heeft Farm Trans Fleet Services B.V. een verzoek ingediend tot benoeming van een deskundige in verband met scheurvorming in opleggers die zij van [verweerster] B.V. heeft ontvangen. De rechtbank heeft op 6 november 2025 de beschikking gegeven waarin partijen de gelegenheid krijgen om zich uit te laten over de begroting van het voorschot voor het deskundigenonderzoek. Farm Trans heeft aangegeven dat er sinds 2013 meerdere opleggers zijn geleverd en dat er scheurvorming is geconstateerd. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een deskundige benoemd moet worden om de oorzaak van de scheurvorming te onderzoeken en om te bepalen welke herstelmethoden geschikt zijn. De heer Snippe-Kiers is voorgesteld als deskundige, gespecialiseerd in zwaar materieel. De kosten van het deskundigenonderzoek zijn begroot op € 10.877,90 inclusief btw. Partijen hebben de mogelijkheid om binnen twee weken te reageren op deze begroting. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot 20 november 2025.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/684228/ HA RK 25-204
Beschikking van 6 november 2025
in de zaak van
FARM TRANS FLEET SERVICES B.V., te Moerdijk,
verzoekster, hierna te noemen: Farm Trans,
advocaten mrs. G. van der Spek en R. el Gamali,
tegen
[verweerster] B.V.,te [plaats] ,
verweerster, hierna te noemen: [verweerster] ,
advocaat mr. D. Senders.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met 26 producties, ingekomen op 23 april 2025;
  • de e-mail van de rechtbank aan mr. Van der Spek van 1 mei 2025;
  • het aangepaste verzoekschrift, ingekomen op 15 mei 2025;
  • het verweerschrift, ingekomen op 5 augustus 2025;
  • de e-mail van mr. Van der Spek van 13 augustus 2025 met één aanvullende productie.
1.2.
Op 14 augustus 2025 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij waren aanwezig:
  • namens Farm Trans: de heer [naam 1] , bestuurder, met mrs. Van der Spek en El Gamali;
  • namens [verweerster] : de heren [naam 2] en [naam 3] , bestuurders, met mr. Senders.
Mr. El Gamali heeft het woord gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd.

2.De feiten

2.1.
Farm Trans houdt zich onder andere bezig met het beheren, verhuren, en onderhouden van (rijdend) materieel. Daarbij houdt zij zich bezig met het wegtransport van los gestorte aardappelen. Farm Trans gebruikt hiervoor opleggers.
2.2.
[verweerster] houdt zich onder andere bezig met het vervaardigen en bouwen van (aanhang)wagens en opleggers.
2.3.
Farm Trans heeft met [verweerster] meerdere overeenkomsten gesloten voor het kopen, huren en leasen van een groot aantal opleggers (hierna te noemen: de opleggers).
2.4.
In de opleggers is scheurvorming ontstaan.
2.5.
Farm Trans heeft expertisebureau DEKRA Automotive (hierna te noemen: DEKRA) gevraagd onderzoek te doen naar de scheurvorming. DEKRA heeft op 27 juli 2021 haar rapport uitgebracht.
2.6.
[verweerster] heeft ZTA expertise (hierna te noemen: ZTA) gevraagd onderzoek te doen naar de scheurvorming in de opleggers. Het rapport van ZTA dateert van 9 december 2021.
2.7.
Op verzoek van partijen hebben DEKRA en ZTA op 5 december 2022 een gezamenlijk rapport uitgebracht. Naar aanleiding van het gezamenlijke rapport zijn partijen in overleg getreden en is [verweerster] begonnen met het herstel van de eerste opleggers.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
Het verzoek strekt tot het benoemen van een deskundige om de vragen uit het verzoekschrift, dan wel door de rechtbank te formuleren vragen te beantwoorden.
3.2.
Farm Trans legt aan het verzoek het volgende ten grondslag. Farm Trans heeft sinds 2013 in totaal 118 opleggers geleverd gekregen. In september 2020 heeft Farm Trans scheurvorming in de constructie van de opleggers geconstateerd. Vervolgens zijn partijen in gesprek gegaan over herstel. Op 14 juni 2023 hebben partijen, in aanwezigheid van hun advocaten, afspraken gemaakt. Overeengekomen is dat [verweerster] bij drie opleggers een prefab vloerdrager zou installeren (hierna: de modificatie). In juni en juli 2023 is in twee opleggers de modificatie aangebracht. Tijdens een nacontrole door Trans Farm zijn aan die opleggers opnieuw problemen geconstateerd. Hierna zijn partijen weer in gesprek gegaan maar zij zitten inmiddels in een impasse voor wat betreft de effectiviteit van de herstelmethode die [verweerster] voorstelt. Farm Trans is voornemens om tegen [verweerster] een rechtsvordering in te stellen met betrekking tot de (oorzaak van de) ondeugdelijkheid van de opleggers, inclusief het geschil over de vraag welke herstelmethode geschikt is om de scheurvorming te verhelpen en de kosten van dat herstel. Ook zal zij aanspraak maken op schadevergoeding vanwege de scheurvorming.
Farm Trans wil in dat verband duidelijkheid verkrijgen over de (overwegende) oorzaak van de scheurvorming in de opleggers en welke herstelmethode een deugdelijke en toereikende oplossing biedt voor het herstel van de gebreken aan de opleggers. Gelet op het voorgaande heeft Farm Trans belang bij de benoeming van een onafhankelijke deskundige.
3.3.
[verweerster] voert geen verweer tegen de toewijzing van het deskundigenonderzoek, maar verzoekt wel haar opmerkingen over de kosten, de persoon van de deskundige en de vraagstelling in acht te nemen. Verder verzoekt [verweerster] Farm Trans, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen in de kosten van het geding.
3.4.
Hierna wordt, voor zover van belang, nader op de standpunten van partijen ingegaan.

4.De beoordeling

Conclusie

4.1.
De rechtbank zal een deskundige benoemen ter beantwoording van de vragen opgenomen in 4.10, maar partijen krijgen eerst de gelegenheid zich uit te laten over de persoon en het voorschot van de deskundige.
Het beoordelingskader
4.2.
Een voorlopig deskundigenbericht dient ertoe bewijs te verzamelen en veilig te stellen. Het biedt een partij de mogelijkheid om zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden. Een dergelijk verzoek wordt toegewezen als het ter zake dienend en voldoende concreet is en het gaat om feiten en omstandigheden die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Op grond van artikel 196 Rv zal een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek alleen worden afgewezen als: (1) de informatie die verlangd wordt, niet voldoende bepaald is, (2) onvoldoende belang bestaat bij het voorlopig deskundigenonderzoek, (3) het verzoek in strijd is met de goede procesorde, (4) sprake is van misbruik van bevoegdheid of (5) andere gewichtige redenen bestaan die zich verzetten tegen het voorlopig deskundigenonderzoek. Als geen van deze situaties zich voordoet en het verzoek verder aan alle formele vereisten voldoet, wordt het verzoek toegewezen.
4.3.
Omdat [verweerster] geen verweer heeft gevoerd tegen het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek als zodanig zal de rechtbank het verzoek toewijzen en een deskundige benoemen. Hierna zal de rechtbank ingaan op de verweren van [verweerster] met betrekking tot de aan de deskundige te stellen vragen, de kosten van het deskundigenonderzoek en de persoon van de te benoemen deskundige.
De vraagstelling
4.4.
Farm Trans heeft in het verzoek de volgende vragen opgenomen:
Kunt u aangeven wat de oorzaak is of oorzaken zijn van de scheurvorming in de opleggers?
Kunt u het Ontwerp, inclusief toe te passen materialen en verbindingen, van de oplegger beoordelen op geschiktheid van de constructie, zodat deze bestand is tegen de te verwachten gewichts- en krachtsbelasting? Meer specifiek:
a. Kunt u de gebruikte materialen in de oplegger beoordelen? Zijn de gekozen materialen van voldoende sterkte en duurzaamheid om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
b. Kunt u de verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de oplegger beoordelen? Zijn de gekozen verbindingen, zoals lassen, boutverbindingen of koppelstukken, van voldoende sterkte en duurzaamheid om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
c. Kunt u het verdere ontwerp van de Oplegger beoordelen? Leveren de gemaakte ontwerpkeuzes voldoende sterkte en duurzaamheid op om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
Voor zover een oorzaak van de scheurvorming gelegen is in de bedrijfsomstandigheden van Farm Trans, wilt u bij de beoordeling van bovenstaande aandacht besteden aan de vraag of [verweerster] bij de te verwachten gewichts- en krachtbelasting rekening had moeten houden met deze oorzaak of dat deze bedrijfsomstandigheden bij vervoerders als Farm Trans voor producenten als [verweerster] als onvoorzienbaar gelden?
3. Staat scheurvorming van de Oplegger(s) – bij gebreke van herstel – aan het (veilige) gebruik daarvan in de weg binnen de levensduur die daarvan verwacht mag worden?
Vragen over herstelmethoden
De volgende vragen dienen slechts beantwoord te worden voor zover: (i) uw beoordeling van het Ontwerp leidt tot het oordeel dat het Ontwerp onvoldoende sterkte en/of duurzaamheid oplevert om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming, en (ii) vraag III bevestigd wordt beantwoord.
4. Op welke wijze kunnen de Opleggers zodanig worden hersteld dat scheurvorming wordt voorkomen of opgetreden scheurvorming aan het (veilige) gebruik daarvan gedurende de levensduur niet in de weg staat (hierna: Compleet Herstel). Wat zijn de kosten die daarmee gepaard gaan? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag de volgende aspecten betrekken?
a. [verweerster] staat toepassing van een extra staander voor, te weten de zogenoemde prefab vloerdrager. Kan hiermee Compleet Herstel überhaupt worden bereikt? Zo ja, kan daarbij worden volstaan met een prefab vloerdrager of dient deze voor de toepassing op een specifieke positie te worden ingemeten en vervolgens op basis van die resultaten te worden gefabriceerd? Hoeveel staanders en op welke posities dienen zij te worden toegepast per Oplegger?
b. Kunt u de kosten van Compleet Herstel begroten? Kunt u begroten welke tijdsperiode gepaard zal gaan met herstel?
c. Verwacht u dat er marktpartijen bereid zijn om de door u aangedragen herstelmethode tegen de door u begrote herstelkosten als vaste prijs uit te voeren?
4.5.
[verweerster] maakt bezwaar tegen de vragen 1. en 2., omdat deze vragen volgens [verweerster] zien op de beoordeling van het oorspronkelijke ontwerp. [verweerster] stelt zich op het standpunt dat het oorspronkelijke ontwerp inmiddels achterhaald is, omdat er bij een groot aantal opleggers kruisversterkingen zijn aangebracht die hebben geleid tot productverbetering. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Farm Trans naar voren gebracht dat zij met het ontwerp in de vraagstelling doelt op het ontwerp van de opleggers die geleverd zijn vanaf 2015. Volgens Farm Trans zijn deze opleggers allemaal voorzien van kruisversterkingen. Aangezien met het ontwerp niet wordt gedoeld op het oorspronkelijke ontwerp en [verweerster] geen verweer heeft gevoerd tegen de beoordeling van het ontwerp, dan wel de ontwerpen van de opleggers die zijn geleverd vanaf 2015 en zijn voorzien van kruisversterkingen, ziet de rechtbank aanleiding om het begrip ‘ontwerp’ in de aan de deskundige voor te leggen vraagstelling nader te specificeren, waarbij de vragen 1. en 2. voor het overige gehandhaafd blijven. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende tegemoet gekomen aan de bezwaren van [verweerster] op dit punt.
4.6.
[verweerster] stelt zich verder op het standpunt dat het onderzoek niet alleen betrekking moet hebben op bedrijfsomstandigheden, maar ook op andere omstandigheden, zoals onder meer:
  • de mate waarin en de wijze waarop de opleggers zijn onderhouden door Farm Trans;
  • de wijze waarop herstellingen door Farm Trans zijn uitgevoerd;
  • of er adequaat is geageerd door Farm Trans op het moment dat er schade geconstateerd werd (schadebeperking);
  • of er sprake is van oneigenlijke bedrijfsomstandigheden, zoals gebruiksschades, schades door foutief aan- en afkoppelen, schade aan steunpoten, te hard rijden, te scherpe bochten, onvoorzichtig nemen van vluchtheuvels/rotondes et cetera?
De rechtbank volgt [verweerster] hierin niet. In vraag 1. wordt gevraagd naar de oorzaak of oorzaken van de scheurvorming. De overige omstandigheden die [verweerster] benoemt, vallen daar naar het oordeel van de rechtbank onder, zodat er geen aanleiding bestaat om de door [verweerster] genoemde omstandigheden nog apart te vermelden.
4.7.
Met betrekking tot de vraagstelling heeft [verweerster] zich tot slot op het standpunt gesteld dat de geschiktheid van de bedachte en deels al uitgevoerde technische oplossing, zijnde de installatie van de prefab vloerdrager, meegenomen moet worden in de vraagstelling aan de deskundige. De rechtbank volgt [verweerster] in dit betoog wel. Hoewel Farm Trans in vraag 4. zoals opgenomen in 4.6. al nader ingaat op de prefab vloerdrager, zal de rechtbank de vraagstelling op dat punt uitbreiden conform het voorstel van [verweerster] .
4.8.
Gelet op het voorgaande zal de volgende vraagstelling aan de deskundige worden voorgelegd:
Kunt u aangeven wat de oorzaak is of oorzaken zijn van de scheurvorming in de opleggers?
Kunt u het ontwerp, c.q. de ontwerpen van de opleggers die voorzien zijn van kruisversterkingen en geleverd vanaf 2015 (hierna: het Ontwerp), inclusief toe te passen materialen en verbindingen, beoordelen op geschiktheid van de constructie, zodat deze bestand is tegen de te verwachten gewichts- en krachtsbelasting? Meer specifiek:
a. Kunt u de gebruikte materialen in de oplegger beoordelen? Zijn de gekozen materialen van voldoende sterkte en duurzaamheid om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
b. Kunt u de verbindingen tussen de verschillende onderdelen van de oplegger beoordelen? Zijn de gekozen verbindingen, zoals lassen, boutverbindingen of koppelstukken, van voldoende sterkte en duurzaamheid om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
c. Kunt u het verdere ontwerp van de oplegger beoordelen? Leveren de gemaakte ontwerpkeuzes voldoende sterkte en duurzaamheid op om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming?
Voor zover een oorzaak van de scheurvorming gelegen is in de bedrijfsomstandigheden van Farm Trans, wilt u bij de beoordeling van het bovenstaande aandacht besteden aan de vraag of [verweerster] bij de te verwachten gewichts- en krachtbelasting rekening had moeten houden met deze oorzaak of dat deze bedrijfsomstandigheden bij vervoerders als Farm Trans voor producenten als [verweerster] als onvoorzienbaar gelden?
3. Staat scheurvorming van de oplegger(s) – bij gebreke van herstel – aan het (veilige) gebruik daarvan in de weg binnen de levensduur die daarvan verwacht mag worden?
De volgende vragen dienen slechts beantwoord te worden voor zover: (i) uw beoordeling van het Ontwerp leidt tot het oordeel dat het Ontwerp onvoldoende sterkte en/of duurzaamheid oplevert om de te verwachten gewichts- en krachtbelasting te kunnen dragen zonder scheurvorming, en (ii) vraag III bevestigd wordt beantwoord.
4. Op welke wijze kunnen de opleggers worden hersteld zodat scheurvorming wordt voorkomen of opgetreden scheurvorming aan het (veilige) gebruik daarvan gedurende de levensduur niet in de weg staat (hierna: Compleet Herstel). Wat zijn de kosten die daarmee gepaard gaan? Wilt u bij de beantwoording van deze vraag de volgende aspecten betrekken?
a. [verweerster] stelt als oplossing een extra staander voor, te weten de zogenoemde prefab vloerdrager. In twee opleggers is deze technische oplossing reeds uitgevoerd. Is de prefab vloerdrager een geschikte oplossing voor het probleem? Kan hiermee Compleet Herstel worden bereikt? Zo ja, kan daarbij worden volstaan met een prefab vloerdrager of dient deze voor de toepassing op een specifieke positie te worden ingemeten en vervolgens op basis van die resultaten te worden gefabriceerd? Hoeveel staanders en op welke posities dienen zij te worden toegepast per oplegger?
b. Kunt u de kosten van Compleet Herstel begroten? Kunt u begroten welke tijdsperiode gepaard zal gaan met herstel?
c. Verwacht u dat er marktpartijen bereid zijn om de door u aangedragen herstelmethode tegen de door u begrote herstelkosten als vaste prijs uit te voeren?
De kosten van het deskundigenonderzoek
4.9.
Farm Trans heeft de rechtbank verzocht te bepalen wie van partijen de meest gerede partij is om bij wijze van voorschot de kosten van de deskundige te voldoen. [verweerster] stelt zich op het standpunt dat Farm Trans het voorschot moet voldoen, omdat Farm Trans de bewijslast heeft en zij tevens het lopende proces tot herstel heeft onderbroken.
4.10.
Het uitgangspunt van de wet is dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. Dit betekent dat Farm Trans het voorschot moet deponeren.
De deskundige
4.11.
Nu een voorlopig deskundigenonderzoek wordt bevolen, moet een deskundige worden benoemd. Partijen hebben ieder een andere deskundige voorgedragen en zij hebben daarbij de nadruk gelegd op de benodigde kennis van zwaar materieel en het belang van een deskundige die NIVRE geregistreerd is. Partijen zijn er niet in geslaagd om overeenstemming te bereiken over de persoon van de te benoemen deskundige. De rechtbank ziet daarom aanleiding om een onafhankelijke, niet door partijen genoemde, deskundige te benoemen. Daarom heeft de rechtbank de deskundige de heer Snippe-Kiers benaderd. De heer Snippe-Kiers NIVRE-re is als senior schade-expert en adviseur, onder andere gespecialiseerd op het gebied van zwaar materieel en techniek, werkzaam bij Mobiel Expertise en Advies B.V. te Leemdijk 2B, 9422 CL Smilde. De heer Snippe-Kiers heeft de rechtbank kenbaar gemaakt de opdracht aan te kunnen nemen en vrij te staan ten opzichte van partijen. De rechtbank is dan ook voornemens de heer Snippe-Kiers te benoemen tot deskundige.
4.12.
De heer Snippe-Kiers heeft op verzoek van de rechtbank de kosten van het onderzoek begroot. Deze begroting komt uit op € 10.877,90 inclusief btw. Een afschrift van de begroting wordt aan deze beschikking gehecht. Partijen krijgen de gelegenheid zich binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking uit te laten over de begroting. Op het moment dat niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot van de deskundige worden vastgesteld op € 10.877,90.
Het vervolg van de procedure
4.13.
Gelet op het feit dat partijen de gelegenheid krijgen te reageren op het voorschot van de deskundige, zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden tot 20 november 2025.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
geeft partijen de mogelijkheid om binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking schriftelijk te reageren op de begroting van het voorschot van de heer Snippe-Kiers;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. T.F. Hesselink en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025. [1]

Voetnoten

1.type: 3384